Van onze advocaat legitieme. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 20 november 2018 uitspraak gedaan over de beroepsaansprakelijkheid van de notaris bij de afwikkeling van een nalatenschap.

Beroepsaansprakelijkheid van de notaris bij de afwikkeling van een nalatenschap. Vaststellen van de omvang van de nalatenschap.

De rechter oordeelt als volgt.

Bij de beoordeling stelt het hof het volgende voorop.

Een notaris dient als beroepsbeoefenaar de zorgvuldigheid te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht.

In het onderhavige geval brengt deze zorgvuldigheidsplicht mee dat de notaris die betrokken is bij de verdeling van een gemeenschap bij partijen verifieert wat de omvang van de te verdelen gemeenschap is.

Daarbij ligt het op de weg van de notaris om navraag te doen naar (onder meer) eventuele nalatenschappen.

Vervolgens komt de vraag aan de orde of de notaris dat heeft gedaan. (vgl. HR 19 februari 2016, HR:2016:288, NJ 2016/295).

Op appellant rust de stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die het oordeel kunnen dragen dat de notaris als beroepsbeoefenaar in de nakoming van deze verplichting is tekortgeschoten.

Appellant kan in dat kader weinig meer dan stellen en te bewijzen aanbieden dat door de notaris niet is gevraagd naar mogelijke nalatenschappen.

Van de notaris mag evenwel worden verlangd dat hij voldoende feitelijke gegevens verstrekt ter motivering van zijn betwisting van de stellingen van appellant, teneinde hem aanknopingspunten voor eventuele bewijslevering te verschaffen (een verzwaarde stelplicht).

Appellant stelt dat niet is gevraagd of er eventuele nalatenschappen waren. De notaris betoogt dat onduidelijk is of is gesproken over mogelijke nalatenschappen. De notaris heeft de gemaakte aantekeningen in het geding gebracht.

Het hof stelt vast dat uit die aantekeningen niet blijkt dat gesproken is over mogelijke nalatenschappen. Ook in de beëindigingsovereenkomst is niets opgenomen over de (verdeling van) een nalatenschap.

Daarmee heeft de notaris niet voldaan aan haar verzwaarde stelplicht met als gevolg dat het hof haar betwisting van de stelling van appellant dat door de notaris niet is gevraagd naar eventuele nalatenschappen als onvoldoende gemotiveerd passeert.

Het hof gaat er derhalve vanuit dat niet is gevraagd naar mogelijke nalatenschappen. De conclusie is dat de notaris niet heeft voldaan aan de op hem rustende zorgplicht.

In het voorgaande heeft het hof overwogen dat door de notaris niet is gesproken over nalatenschappen.

Als uitgangspunt geldt derhalve dat het onverdeelde deel in de nalatenschap niet is betrokken bij de verdeling van de gemeenschap na beëindiging van het geregistreerd partnerschap.

Aldus is, anders dan de notaris aanvoert, sprake van een overgeslagen goed waarvan nadere verdeling kan worden gevorderd (artikel 3:179 lid 2 BW).

Het in de akte van verdeling en levering opgenomen kwijtingsbeding leidt niet tot een ander oordeel.

Het hof stelt voorop dat dit beding aan de hand van de Haviltex-maatstaf moet worden uitgelegd.

Een finale kwijting die in algemene bewoordingen is geformuleerd heeft in beginsel alleen betrekking op de onderwerpen waarop de kwijting ziet.

Vaststaat dat de beëindigingsovereenkomst en betreffende akte geen regeling bevatten ten aanzien van de onverdeelde nalatenschap van de moeder van appellant. De ex-partner van appellant (en ook appellant) was ten tijde van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst niet bekend met haar aandeel in de onverdeelde nalatenschap.

Niet valt in te zien dat appellant erop mocht vertrouwen dat ex-partner van appellant met dit kwijtingsbeding afstand heeft gedaan van aanspraken waarvan zij niet op de hoogte was.

Het kwijtingsbeding staat derhalve niet in de weg aan deze pas later bekend geworden aanspraak.

Dat partijen de bedoeling hadden om tot een allesomvattende en finale regeling te komen leidt evenmin tot een ander oordeel.

De ex-partner van appellant was immers in het geheel niet op de hoogte van haar aanspraak uit de nalatenschap.

Dat is een andere situatie dan in de uitspraak HR 29 oktober 2010, HR:2010:BN6132 waarnaar de notaris verwijst, waarbij het immers niet ging om een vergeten goed van de gemeenschap.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een nalatenschap, over het kindsdeel of over de legitieme, over de uitleg van een testament of de akte van verdeling of over de beroepsaansprakelijkheid van een notaris in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.