Van onze advocaat legitieme. De Rechtbank Rotterdam heeft op 19 september 2018 uitspraak gedaan over beneficiaire aanvaarding en een mogelijk beroep op de legitieme.

De kinderen leggen aan hun vordering ten grondslag dat zij de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard, vooralsnog niets uit de nalatenschap hebben ontvangen en dat zij geen inzicht hebben in de omvang en waarde van de nalatenschap. Vader is tot op heden niet bereid gebleken om zijn medewerking te verlenen, zodat de geldvorderingen van de kinderen niet kunnen worden vastgesteld. Vader heeft slechts summier informatie verschaft over een eventueel te ontvangen schadevergoeding, maar laat na om de overige benodigde gegevens te verstrekken, aldus de advocaat van de kinderen.

Vader concludeert tot afwijzing van de vordering van de kinderen, met veroordeling van de kinderen in de kosten van het incident.

Hij erkent dat alle erfgenamen op grond van artikel 4:16 BW recht op informatie hebben, maar betwist dat deze informatievoorziening zo ver strekt dat zij informatie tot vijf jaar voor de datum van het overlijden van de erflaatster kunnen verkrijgen.

Vader voert aan dat de kinderen daarvoor geen redelijk belang hebben, dat zij op geen enkele wijze hebben onderbouwd waarom zij inzage moeten krijgen in de administratie van erflaatster tot vijf jaar voor haar overlijden en dat ook niet is gesteld dat erflater in de afgelopen vijf jaar schenkingen zou hebben gedaan dan wel dat er onrechtmatige onttrekkingen uit het vermogen zouden hebben plaatsgevonden.

Vader stelt zich daarom primair op het standpunt dat de kinderen alleen recht hebben op die informatie die betrekking heeft op de financiële situatie van erflater op datum overlijden. Subsidiair bestrijdt vader de gevorderde dwangsomveroordeling. Deze vordering is in strijd met de redelijkheid en billijkheid nu hij geen geld heeft om een dwangsom te betalen, aldus de advocaat van vader.

Indien en voor zover de rechtbank van oordeel is dat toch aan de kinderen financiële informatie tot vijf jaar voor de datum van het overlijden van erflaatster dient te worden verstrekt, verzoekt vader om de kinderen te machtigen ex artikel 3:299 BW om de door hen gevraagde informatie op eigen kosten bij de bank en belastingdienst op te vragen.

Beneficiaire aanvaarding en legitieme. Informatieverstrekking over giften? Boedelbeschrijving.

De rechter oordeelt als volgt.

Het geschil spitst zich toe op de vraag of vader gehouden is om aan de kinderen een van verificatoire bescheiden voorziene boedelbeschrijving te doen, overeenkomstig de gevorderde opgave in het petitum. Vader betwist op zichzelf niet de gehoudenheid tot informatieverschaffing, maar bestrijdt de omvang waarin de kinderen van hem informatie verlangen.

Vader heeft bij zijn incidentele conclusie van antwoord wel bescheiden overgelegd. Deze bestaan uit een ‘voorlopige boedelbeschrijving’, waarbij gevoegd zijn een uittreksel uit het kadaster van 22 augustus 2017 en een e-mailbericht met betrekking tot de uitkering ongevallenverzekering , een overzicht van bankafschrijvingen van een bankrekening – naar vader stelt van erflaatster – van januari tot augustus 2016, een niet-getekende verklaring waarin – kort gezegd – wordt medegedeeld dat onderhoudsbedrijf op 22 juni 2016 door de rechtbank Rotterdam is veroordeeld tot betaling van een totaalbedrag van € 118.141,61, twee aanslagbiljetten gemeentelijke heffingen 2014 (WOZ 2014), een verklaring van de heer R over – kort gezegd – het leeghalen van de woning van erflaatster op 30 januari 2016, een eenzijdige verklaring van 17 augustus 2017 over het verstrekken aan erflaatster en vader van een geldlening (€ 10.000,-), een eenzijdige verklaring van de heer S van 16 augustus 2017 over het verstrekken van een geldlening (van € 20.000,-) aan erflaatster en vader, de aangifte erfbelasting 2016 en de aanslag IB van vader.

De rechtbank stelt vast dat niet alle door de kinderen verzochte bescheiden zijn overgelegd, zodat nog recht moet worden gedaan op de vordering.

Vader voert aan dat de kinderen hun vordering hebben ingesteld als erfgenamen die de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard en derhalve niet in hun hoedanigheid van legitimarissen, dat zij geen beroep doen op hun legitieme en zich dus evenmin beroepen op artikel 4:78 BW. Daarom zouden eventuele giften niet relevant zijn voor de kinderen.

De rechtbank stelt voorop dat – ongeacht in welke hoedanigheid zij ageren – de kinderen kwalificeren als legitimarissen als bedoeld in artikel 4:63 lid 1 BW (‘afstammelingen van de erflater die door de wet als erfgenaam tot zijn nalatenschap worden geroepen’).

Vooropgesteld wordt ook dat in beginsel alle legitimarissen (zowel de legitimaris-erfgenaam, ongeacht of zuiver dan wel beneficiair is aanvaard, als de legitimaris-niet erfgenaam) recht hebben op het verkrijgen van informatie die voor de bepaling van hun erfrechtelijke posities van belang zijn. Hiervoor kent de wet afzonderlijke bepalingen.

Erfgenamen dienen zich op grond van het bepaalde in artikel 3:166 lid 3 BW jo. 6:2 BW overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid jegens elkaar te gedragen en zijn jegens elkaar gehouden tot het verstrekken van alle gegevens die voor de bepaling van hun erfrechtelijke posities van belang zijn. Artikel 4:16 lid 4 BW luidt:

“De echtgenoot en ieder kind hebben jegens elkaar recht op inzage in en afschrift van alle bescheiden en andere gegevensdragers, die zij voor de vaststelling van hun aanspraken behoeven. De daartoe strekkende inlichtingen worden door hen des verzocht verstrekt. Zij zijn jegens elkaar gehouden tot medewerking aan de verstrekking van inlichtingen door derden.

Ook heeft iedere deelgenoot/erfgenaam ingevolge artikel 3:194 BW het recht om voorafgaand aan de verdeling een boedelbeschrijving te vorderen.

De rechtbank constateert dat vader weliswaar een ‘voorlopige boedelbeschrijving’ heeft overgelegd, maar dat deze niet toereikend is. De boedelbeschrijving is uiterst summier en ook in samenhang bezien met de overgelegde stukken kan hieruit geen getrouw beeld van de boedel van erflaatster worden verkregen. De kinderen hebben daarom recht op aanvullende informatie.

Aan het verweer dat de kinderen vanwege hun beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap geen belang hebben bij informatieverstrekking over giften gaat de rechtbank voorbij, reeds omdat uit het systeem der wet (artikelen 4:63 jo. 4:71 BW) volgt dat ook na een beneficiaire aanvaarding nog een beroep op de legitieme kan worden gedaan (in welk verband de legitimaris giften kan inkorten voor zover deze afbreuk doen aan zijn legitieme portie). Beneficiaire aanvaarding sluit niet automatisch een beroep op de legitieme portie uit.

Het recht op inzage en informatieverschaffing is van belang om de hoogte van de niet-opeisbare vorderingen van de [kinderen] op de langstlevende ouder vast te kunnen stellen en geldt onverlet, ook ingeval beneficiair wordt aanvaard.

Evenmin slaagt het verweer dat door de kinderen niet is gesteld dat er giften of onrechtmatige onttrekkingen in het verleden hebben plaatsgehad.

De boedelbeschrijving dient er nu juist toe om dit in voorkomende gevallen te kunnen constateren.

Ingevolge vaste jurisprudentie strekt de informatievoorziening waarop de kinderen recht hebben zich uit tot ‘alle bescheiden die nodig zijn voor de berekening van de legitieme portie’.

De rechtbank ziet geen reden om de door de kinderen gevorderde lijst met bescheiden te beperken, nu inzicht in deze stukken noodzakelijk is om de positie te kunnen bepalen.

Evenmin bestaat grond om de periode waarover informatie moet worden verschaft te beperken tot de periode rond het overlijden van erflaatster, nu de periode waarover informatie wordt opgevraagd de rechtbank niet onredelijk voorkomt en in aanmerking genomen dat de wet in artikel 4:67 e.v. BW een termijn hanteert van vijf jaar vóór het overlijden van de erflater bij giften die voor de berekening van de legitimaire vordering in aanmerking moeten worden genomen.

De rechtbank zal de vordering tot het afgeven van een boedelbeschrijving voorzien van verificatoire bescheiden dan ook toewijzen voor zover deze bescheiden nog niet door vader aan de kinderen zijn verstrekt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de legitieme of over het kindsdeel, over informatieverstrekking in het erfrecht, over een schenking of een gift of over zuivere of beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.