De Rechtbank Oost-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een schenking bij de vaststelling van de legitimaire massa diende te worden betrokken indien er geen verplichting tot inbreng van de schenking bestond.

Partijen zijn de kinderen van erflater (hierna te noemen: vader) en erflaatster (hierna te noemen: moeder).

Na het overlijden van moeder is discussie ontstaan over de erfrechtelijke aanspraken van ieder van de kinderen in de nalatenschap van hun moeder.

Eisers zijn van mening dat zij nog een bedrag moeten ontvangen.

Die aanspraken bestaan deels uit de vordering die volgens eisers nog resteert van de vordering die ze kregen naar aanleiding van het overlijden van hun vader (verder ook “vaders erfdeel” genoemd).

En, zo stellen ze, omdat in de nalatenschap van hun moeder hun legitieme portie is geschonden.

De rechtbank zal in dit vonnis vaststellen wat er tot de nalatenschap van moeder behoort en of de legitieme van eisers is geschonden.

En als dat het geval is, wat de legitieme portie van eisers dan bedraagt.

Daarvoor is nodig dat de rechtbank zich buigt over een aantal (rechts)handelingen die in het verleden hebben plaatsgevonden.

En dient de vraag beantwoord te worden of sommige van die handelingen aan te merken zijn als giften die meetellen bij de berekening van de legitieme portie.

En zo ja, tot welk bedrag.

Erfrecht. Legitieme. Giften. Schenking. Geen verplichting tot inbreng van de schenking. Dient de schenking dan bij de vaststelling van de legitimaire massa toch te worden betrokken? Inkorting.

De rechter oordeelt als volgt.

Bij dagvaarding hebben eisers verwezen naar verschillende schenkingen die zijn gedaan aan gedaagde tussen 2015 en 2018, van in totaal € 19.200,-.

Dat deze schenkingen zijn gedaan staat niet ter discussie.

De gegevens van die schenkingen zijn door gedaagde zelf aan eisers verstrekt.

Bij conclusie van antwoord heeft gedaagde gesteld dat deze schenkingen niet hoeven te worden ingebracht.

Anders dan waar gedaagde daarmee vanuit lijkt te zijn gegaan, is het gegeven dat een schenking niet hoeft te worden ingebracht geen reden om ze bij de berekening van de legitieme portie buiten beschouwing te laten.

Inbreng van schenkingen (terugbetaling aan de nalatenschap, geregeld in artikel 4:229 BW) en het geldend maken van de legitieme portie door een vordering op de erfgenamen of door inkorting (geregeld in artikelen 4:80 en 89 BW) zijn niet hetzelfde.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.