Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vaststelling en de berekening van de legitieme ten aanzien van giften.

De grief van de broer betreft de kapitaalverzekering.

De premies die de erflater vanaf 1 juli 2004 tot zijn overlijden gedurende 118 maanden heeft betaald, in totaal € 11.800,=, zijn volgens de broer ten onrechte niet in de berekening van de legitieme portie betrokken.

De rechtbank heeft deze premiebetalingen aangemerkt als gift van de erflater aan zijn kleindochter, die niet ongebruikelijk of bovenmatig is.

Volgens de broer blijkt uit de verzekeringspolis niet dat zij de begunstigde van de verzekering is.

Volgens hem is het de verzekering van de voormalige schoonzoon en kan deze de begunstiging ook wijzigen.

Een maandelijkse gift aan een (voormalige) schoonzoon is volgens de broer niet gebruikelijk, terwijl indien de verzekering ten behoeve van dochter van de zus strekt de premie bij de financiële situatie van de erflater bovenmatig is te achten.

 Vaststelling en berekening van de legitieme ten aanzien van gebruikelijke giften. Premiebetalingen. Bovenmatig gift?

De rechter oordeelt als volgt.

Volgens artikel 4:69 lid 1 sub b BW worden bij de bepaling van de omvang van de legitieme portie gebruikelijke giften buiten beschouwing gelaten voor zover zij niet bovenmatig waren.

Uit het voorgaande blijkt dat de premiebetalingen ten behoeve van de dochter van de zus niet als ongebruikelijk kunnen worden aangemerkt.

Met betrekking tot de vraag of deze betalingen als bovenmatig gezien moeten worden, is het antwoord naar het oordeel van het hof negatief.

Het bedrag dat de erflater per jaar heeft betaald bedraagt € 1.200,=.

Zoals de zus ook heeft aangevoerd, blijft dit bedrag ruim onder de drempel voor de schenkbelasting.

Dit is een aanwijzing dat het bedrag op jaarbasis als zodanig niet snel als bovenmatig zal worden beschouwd.

Afgezet tegen de financiële omstandigheden van de erflater is dat evenmin het geval.

Over de gehele periode waarop de premiebetalingen betrekking hebben, beschikte de erflater in ieder geval over een toereikend vast inkomen, terwijl ook het overzicht van zijn nalatenschap dat is opgenomen in de berekening van het notariskantoor er in het geheel niet op wijst dat de premiebetalingen in dat opzicht als bovenmatig aangemerkt zouden moeten worden.

Een en ander brengt het hof ten aanzien van de premiebetalingen tot dezelfde conclusie als de rechtbank, zodat grief 1 wordt verworpen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.