Van onze advocaat legitieme. De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de uitleg van een testament. Ouderlijke boedelverdeling. Was sprake van een erfdeel bij versterf of van een legitieme portie?

Naar het oordeel van de rechtbank dient het testament van erflater aldus te worden uitgelegd dat het aandeel van eiser gelijk is aan zijn erfdeel bij versterf. Het aandeel is niet beperkt tot de legitieme portie. Dit zal hierna worden toegelicht. De rechtbank wenst echter voorop te stellen dat het standpunt van gedaagden dat het aandeel van eiser uit hoofde van het testament van erflater gelijk te stellen is aan de hoogte van de legitieme portie, alleszins begrijpelijk is.

Zoals ook hierna zal blijken, zijn de bewoordingen van het testament niet eenduidig. Bovendien is in de adviezen van verschillende notarissen ervan uitgegaan dat het aandeel dient te worden berekend aan de hand van de legitieme portie. Na het overlijden van eiser zijn door de betrokken notarissen geen vraagtekens gesteld bij de bedoeling van erflater en is er ook niet op gewezen dat het testament tot een nadere uitleg noopte voor wat betreft het aandeel van eiser en de andere kinderen uit het eerste huwelijk van erflater. Dat gedaagden bij de berekening van het aandeel van eiser zijn uitgegaan van de legitieme portie was in dit licht bezien, en ook al is het aandeel van eiser in feite hoger, op dat moment in alle redelijkheid te rechtvaardigen.

Overgangsrecht

Ten aanzien van de uitleg van de uiterste wilsbeschikking van erflater wordt het volgende overwogen. Op 1 januari 2003 is het huidige erfrecht in werking getreden. Erflater is ná 1 januari 2003 overleden, maar het testament is opgesteld ten tijde van het oude erfrecht. Ingevolge artikel 4:46 BW, welk artikel krachtens artikel 68a Overgangswet onmiddellijke werking heeft, dient bij de uitleg van uiterste wilsbeschikkingen te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.

Tot die omstandigheden behoort ook het recht dat gold toen de uiterste wil werd gemaakt. Bij de terminologie die erflater heeft gebruikt, is in beginsel het oude recht bepalend (Kamerstukken II, 1999/2000, 26 822, nr. 3, p. 8). Bij het vaststellen van hetgeen het testament inhoudt gaat het steeds om uitleg en geldt niet als maatstaf de ‘grammaticale methode’ waarbij uitsluitend wordt nagegaan of de in het testament opgenomen bewoordingen op zichzelf genomen naar de taalkundige betekenis van de woorden een duidelijke zin hebben (Hoge Raad 3 december 2004, HR:2004:AR0196).

Uitleg testament. Ouderlijke boedelverdeling. Erfdeel bij versterf of legitieme portie?

Erflater heeft op de voet van artikel 1167 oud BW (OBW) een ouderlijke boedelverdeling gemaakt, welke boedelverdeling onder het nieuwe recht wordt gerespecteerd (artikelen 68a, 70 en 127 Overgangswet). Onder het oude erfrecht werd onder ‘wettelijk erfdeel’ verstaan ‘de legitieme portie’. Onder ‘Ten derde’ van het testament staat dat aan de afstammelingen het wettelijk erfdeel toekomt en dat erflaatster tot enige en algehele erfgenaam wordt benoemd. Daarnaast wordt in lid 4 onder ‘Ten vierde’ gesproken over legitimarissen. Dit zou erop kunnen duiden dat aan de afstammelingen (slechts) een vordering ter hoogte van de legitieme portie is toebedeeld. Daarentegen worden in het testament de afstammelingen onder ‘Ten vierde’ ook genoemd ‘mededeelgenoten’ (lid 1 sub A onder a) en ‘mede-erfgenamen’ (onder meer in lid 1 sub A onder b en lid 1 sub B). Dit zou erop kunnen duiden dat aan de afstammelingen een vordering ter hoogte van het erfdeel bij versterf is toebedeeld.

Het testament is daarmee niet eenduidig. Er zijn geen aanwijzingen dat erflater de intentie heeft gehad om aan de kinderen uit zijn eerste huwelijk een lager aandeel na te laten dan aan de kinderen uit zijn tweede huwelijk (die als erfgenamen van erflaatster uiteindelijk een hoger aandeel zouden hebben).

Deze opvatting wordt door alle partijen, ook door gedaagden, gedeeld. Steun voor deze opvatting is in het testament te vinden waar erflater bepaalt dat aan de afstammelingen het wettelijk erfdeel toekomt. Anders dan gebruikelijk zijn de afstammelingen niet in de legitieme ‘gesteld’ dan wel is in het testament vastgesteld dat het erfdeel daartoe is ‘beperkt’. Conclusie van het voorgaande is dan ook dat de hoogte van het aandeel van eiser in de nalatenschap van erflater dient te worden bepaald gelijk aan het erfdeel bij versterf (1/8e deel van de nalatenschap).

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de verdeling of afwikkeling van een erfenis, over het wettelijk erfdeel, over de legitieme portie of over het kindsdeel, belt u dan gerust met onze advocaat legitieme op 020-3980150.