Van onze advocaat legitieme. De Rechtbank Overijssel heeft op 6 september 2017 uitspraak gedaan over het bepalen van de omvang van de legitieme in de nalatenschap. Kan daarvoor de afgifte van bankafschriften of inzage in bankrekeningen verkregen worden?

De advocaat van eiseres legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij inzage wenst te krijgen in de bankproducten van haar ouders, om de omvang van haar legitieme portie in de nalatenschap van haar vader vast te kunnen stellen.

In haar akte van 7 juni 2017 vermeldt eiseres dat het alle bankafschriften van de hypothecaire geldlening (opeethypotheek) vanaf de datum van overlijden van haar moeder, te weten 16 juli 2006, en alle bankafschriften van alle bankrekeningen van haar vader en/of moeder vanaf de datum van overlijden van haar moeder betreft. De kosten zouden volgens opgave van de bank € 5,00 per dagafschrift met een maximum van € 25,00 per jaar bedragen.

Eiseres wenst ook inzage te krijgen in de huurinkomsten van de ouderlijke woning. Zij vordert daarom inzage in en afschrift van de bankrekeningen bij de Rabobank, ABN AMRO-bank en ING-bank van gedaagde dan wel zijn eenmanszaak. Eiseres stelt dat zij zelf de gevorderde bankproducten niet kan opvragen bij de bank. Ook de boedelnotaris is dit niet gelukt. Eiseres heeft geprobeerd om met gedaagde een afspraak te maken bij de Rabobank. Er was een afspraak gemaakt op 13 juli 2017, maar die is door gedaagde op 12 juli 2017 afgezegd. Dit doet vermoeden dat gedaagde wat te verbergen heeft. Eiseres stelt rechtmatig belang bij haar vorderingen te hebben, nu gedaagde haar uit eigen beweging geen inzage verschaft.

Omdat gedaagde zelf geen medewerking verleent, vraagt eiseres vervangende toestemming aan de rechtbank, welke de toestemming van gedaagde vervangt. Eiseres stelt dat er telefonisch overleg met de Rabobank is geweest, waarin de Rabobank heeft aangegeven dat zij eiseres inzage en afschrift kan verschaffen, indien zij een rechterlijke uitspraak kan overleggen waarin door de rechtbank vervangende toestemming wordt verleend, welke de toestemming van gedaagde vervangt.

De advocaat van gedaagde voert verweer, strekkende tot afwijzing van de incidentele vorderingen. Hij stelt daartoe dat hij alle informatie die hij in zijn bezit heeft aan eiseres heeft verstrekt en dat hij van mening is dat het verzoek van eiseres tot vervangende toestemming misbruik van recht is, omdat zij ook zonder dit verzoek kan krijgen wat zij wenst. Gedaagde stelt herhaaldelijk te hebben aangegeven dat als eiseres de kosten voor het opvragen van de gegevens bij de bank wilde voorschieten, het voor hem akkoord was om de gegevens op te vragen en hij hier alle medewerking aan zou verlenen. Eiseres zou de kosten echter niet hebben willen voorschieten. Volgens gedaagde heeft eiseres geen rechtmatig belang meer bij haar incidentele vorderingen, nu hij gespecificeerd schriftelijk inzicht heeft verschaft, voorzien van de benodigde bescheiden over de huurinkomsten en kosten van de woning.

Ten aanzien van het verzoek van eiseres om inzage in en afschrift van de bankrekeningen bij de Rabobank, ABN AMRO-bank en ING-bank op naam van gedaagde, stelt gedaagde dat er geen sprake is van een goede reden en rechtmatig belang, ook omdat dit verzoek te verstrekkend en te onbepaald is, nu eiseres niet althans onvoldoende aangeeft waarom en over welke periode deze bankafschriften gewenst zijn.

De advocaat van gedaagde stelt daarnaast dat er sprake is van een gewichtige reden op grond waarvan de incidentele vorderingen dienen te worden afgewezen. Gedaagde zou ernstig in zijn belangen worden geschaad nu het gaat om vertrouwelijke financiële gegevens. Voor zover de incidentele vorderingen zich richten op de eenmanszaak van gedaagde, stelt hij dat eiseres hierbij geen partij is en de onderhavige procedure hier geen betrekking op heeft.

Bepalen van omvang van legitieme in de nalatenschap : afgifte van bankafschriften of inzage in bankrekeningen. Legitieme en recht op informatie

 Krachtens artikel 843a Rv kan hij die daarbij rechtmatig belang heeft op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Is aan deze voorwaarden voldaan, dan bestaat desalniettemin geen gehoudenheid tot overlegging van bescheiden indien daarvoor gewichtige redenen bestaan of indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd. Van een rechtmatig belang is sprake indien een materieelrechtelijke aanspraak op de gevraagde bescheiden bestaat dan wel sprake is van een bewijsbelang.

De rechtbank stelt voorop dat eiseres als erfgenaam van haar moeder en legitimaris van haar vader het recht heeft om kennis te nemen van alle benodigde gegevens om haar legitieme portie te kunnen berekenen. Het rechtmatig belang bij haar incidentele vorderingen is daarmee een gegeven. De stelling van gedaagde dat eiseres geen belang meer heeft bij haar vorderingen, omdat hij reeds gedocumenteerd inzicht heeft verschaft in de huurinkomsten en kosten van de woning, wordt verworpen. Om haar legitieme portie te kunnen berekenen zijn meer gegevens dan enkel die met betrekking tot de verhuur van de woning van belang. Bovendien moet eiseres over dezelfde gegevens als gedaagde kunnen beschikken en niet afhankelijk zijn van de selectie die gedaagde uit de beschikbare gegevens voor haar maakt.

De bescheiden hebben betrekking op een rechtsbetrekking waarin enerzijds eiseres als erfgenaam/legitimaris en anderzijds gedaagde als erfgenaam/executeur partij is. De rechtbank verwerpt het verweer van gedaagde dat dit niet geldt voor de bankafschriften van zijn eenmanszaak. Om haar legitieme portie te kunnen berekenen dient eiseres kennis te kunnen nemen van alle huurinkomsten en kosten die gedaagde heeft ontvangen en gemaakt in verband met de verhuur van de woning, ongeacht of dit via gedaagde in privé of via zijn eenmanszaak is gegaan.

De rechtbank is verder van oordeel dat de bescheiden waarvan inzage c.q. afschrift wordt gevorderd voldoende bepaald zijn. De vordering heeft betrekking op specifieke bescheiden, namelijk bankafschriften van de erven van Y en/of X vanaf de overlijdensdatum van Y (2006) en de bankafschriften van gedaagde dan wel zijn eenmanszaak.

Eiseres heeft onweersproken gesteld dat gedaagde over de gevorderde bescheiden kan beschikken, nu hij als erfgenaam gerechtigd is deze bij de bank op te vragen en beschikt over de daarvoor benodigde verklaring van erfrecht. Daarmee is aan alle voorwaarden van artikel 843a Rv voldaan en komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de vraag of er een gewichtige reden bestaat tegen toewijzing van het gevorderde, zoals door gedaagde wordt gesteld. De gewichtige reden zou volgens hem bestaan uit het feit dat de vordering betrekking heeft op vertrouwelijke financiële gegevens. De rechtbank is van oordeel dat gedaagde geen concrete feiten heeft gesteld op grond waarvan de rechtbank tot het oordeel zou kunnen komen dat het door gedaagde aangevoerde privacybelang zwaarder zou moeten wegen dan het recht van eiseres op inzage c.q. afschrift van de gevorderde bankproducten om haar legitieme portie te kunnen berekenen. Het beroep van gedaagde op een gewichtige reden zal dan ook worden gepasseerd.

Op grond van het hiervoor overwogene is de incidentele vordering toewijsbaar, met inachtneming van het navolgende. Eiseres vordert vervangende toestemming, in die zin dat zij met dit vonnis zelf, zonder afhankelijk te zijn van de medewerking van gedaagde, de bank om de gewenste gegevens kan verzoeken. De rechtbank begrijpt dat enkel via rechtstreeks contact tussen eiseres en de bank gewaarborgd kan worden dat eiseres daadwerkelijk alle door haar gewenste gegevens ontvangt. De rechtbank zal daarom op grond van artikel 843a lid 2 Rv de wijze bepalen waarop inzage dient te worden verschaft, en wel door eiseres op de voet van artikel 3:299 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te machtigen om, in plaats van gedaagde, de gewenste bescheiden bij de bank op te vragen, op de wijze zoals hieronder bij de beslissing vermeld.

De rechtbank gaat ervan uit dat hiermee in voldoende mate tegemoet wordt gekomen aan de eisen die de bank stelt om aan eiseres inzage en afschrift te verschaffen in/van de gewenste gegevens. De kosten die hiermee gemoeid zijn komen ingevolge artikel 843a lid 1 Rv voor rekening van eiseres. Ten aanzien van de bankafschriften van gedaagde dan wel zijn eenmanszaak zal de rechtbank bepalen dat inzage dient te worden verstrekt vanaf de overlijdensdatum van X, te weten 2012 , nu enkel de verhuuropbrengsten en -kosten na diens overlijden van belang zijn voor het berekenen van de omvang van de legitieme portie van eiseres.

Omdat partijen broer en zus zijn, zullen de proceskosten in het incident worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de legitieme portie in het erfrecht of over het bepalen van de omvang en de berekening van de hoogte van de legitieme in een erfenis, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.