Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over het recht op informatie over een nalatenschap van de erfgenaam en/of legitimaris.

In deze procedure stelt appellant dat hij van de erfgenamen niet de informatie en bescheiden heeft verkregen waar hij als erfgenaam recht op heeft.

Het is voor hem noodzakelijk om hierover te beschikken teneinde zijn erfdeel op grond van de wet en/of zijn legitieme portie vast te stellen.

Recht op Informatie over de nalatenschap als erfgenaam en/of legitimaris.

De rechter oordeelt als volgt.

Als erfgenaam heeft appellant recht op inzage en afschrift van de bescheiden die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van zijn erfdeel dan wel legitieme portie.

Op zich is het juist dat uit de correspondentie blijkt dat aan appellant gelegenheid is geboden tot inzage en het bij die gelegenheid verkrijgen van kopieën en dat hij van dat aanbod geen gebruik heeft gemaakt.

Daarmee heeft hij evenwel niet zijn recht verspeeld op het verkrijgen van afschriften van voor dat doel relevante bescheiden.

Het is niet aan de overige erfgenamen om te bepalen op welke wijze een erfgenaam afschriften van de door hem gewenste bescheiden, voor zover relevant, kan verkrijgen.

De rechter gaat ervan uit dat de opgave van bezittingen en schulden die de erfgenamen voorafgaande aan de procedure aan appellant hebben verstrekt in ieder geval in zoverre correct is dat het saldo van de nalatenschap op de sterfdatum niet positief is, zeker wanneer ook rekening gehouden wordt met de hogere kosten van uitvaart dan zij aanvankelijk hebben opgegeven.

Door appellant zijn in ieder geval geen concrete feiten of omstandigheden naar voren gebracht die tot een ander oordeel kunnen leiden.

Uit de correspondentie blijkt dat het appellant vooral te doen is om uitsluitsel te krijgen over de vraag of zijn vader in de vijf jaar voorafgaande aan zijn overlijden aan de erfgenamen giften heeft gedaan die de gebruikelijke giften te boven gaan.

De erfgenamen betwisten dat daarvan sprake is geweest, maar dat laat onverlet dat appellant er recht op heeft aan de hand van de administratie van zijn vader vast te stellen of dit juist is.

Dat betekent echter niet dat hetgeen hij over de nalatenschap naar voren heeft gebracht een veelomvattend onderzoek op kosten van de nalatenschap rechtvaardigt.

De rechter acht het onder de gegeven omstandigheden aangewezen de erfgenamen in de gelegenheid te stellen bij akte de aangiften en aanslagen IB over 2013 en 2014 over te leggen.

Uit hun overzicht van bezittingen en schulden per 4 februari 2015, in eerste aanleg overgelegd bij conclusie van antwoord, blijkt dat zij daarover beschikken.

Daarnaast dienen zij over te leggen dan wel ter griffie van het hof te deponeren een overzicht van de mutaties op de bankrekening, die op hetzelfde overzicht is vermeld, vanaf 11 september 2009 tot en met de opheffing ervan.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.