Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 1 oktober 2019 uitspraak gedaan over de berekening van de legitieme en de vaststelling van de legitieme massa.

Partijen zijn er mee akkoord gegaan dat de woning opnieuw getaxeerd zou worden door een door de rechter als deskundige te benoemen makelaar.

Dit heeft geresulteerd in het taxatierapport waarin de marktwaarde van de woning per peildatum 8 januari 2012 is getaxeerd op € 127.500,-, en in het aanvullend rapport van de deskundige van 19 maart 2019, waarin hij op de door partijen geuite kritiek op eerdergenoemd rapport is ingegaan. De getaxeerde waarde is daarbij niet gewijzigd.

Legitieme. Berekening van de legitieme. Vaststelling van de legitieme massa. Waardering woning.

De rechter oordeelt als volgt.

Partijen hebben zich wederom kritisch uitgelaten over het aanvullend rapport van de deskundige van 19 maart 2019.

De rechter ziet daarin echter onvoldoende concrete aanleiding om af te wijken van de bevindingen van de deskundige en dat niet als uitgangpunt bij zijn oordeel te nemen.

Taxaties zijn uit hun aard in enige mate subjectief, hetgeen betekent dat getaxeerde waarden onderling enigszins kunnen afwijken.

De door de deskundige vastgestelde taxatiewaarde wijkt niet substantieel af van eerder door partijen bepleite waarden en de voorhanden zijnde WOZ-beschikkingen.

Het is correct dat de taxateur geen rekening heeft gehouden met tekortkomingen die pas na de peildatum aan het licht zijn gekomen, omdat die immers de waarde op de peildatum niet beïnvloedden.

Daarnaast is een taxatierapport geen bouwkundig rapport en kunnen er dus ook geen vergaande eisen op bouwkundig gebied aan worden gesteld.

Uit de stukken blijkt dat de technokeuring en taxatie in eerste instantie zijn verricht ter onderbouwing van het bezwaar van appellant tegen de vaststelling van de WOZ-waarde door de gemeente.

Dat pleit er tegen om met deze kosten rekening te houden bij de bepaling van de omvang van de legitimaire massa.

Daar staat tegenover dat partijen lange tijd zijn uitgegaan van de WOZ-waarde als grondslag van de in aanmerking te nemen waarde van de woning in dit kader, en vanuit die optiek was een correcte bepaling van die waarde relevant, ook in het kader van de afwikkeling tussen partijen.

Daaraan hebben de technokeuring en de taxatie redelijkerwijs bijgedragen.

Het komt de rechter daarom juist voor om met de helft van deze kosten rekening te houden als schuld (als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 aanhef en onder c jo. 4:65 BW) bij de bepaling van de omvang van de legitimaire massa.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.