Van onze advocaat legitieme portie. De kantonrechter diende zich in deze casus te buigen over het volgende.

Dochter (curanda) staat onder curatele van haar moeder (curator). Vader overlijdt en heeft deze dochter onterfd. Moeder vraagt de kantonrechter of zij namens de dochter mag berusten in het testament van erflater en of zij een beroep op de legitieme portie (van circa € 20.000,00) achterwege mag laten.

Als redenen voor haar verzoek geeft de moeder aan dat het in het kader van de diverse belastingtoeslagen en eigen bijdragen niet wenselijk is dat het vermogen van de dochter boven het vrijgestelde bedrag voor box 3 uitkomt. Ook zou de dochter als zij de legitieme portie krijgt geen recht meer hebben op huur- en zorgtoeslag. bovendien zou het de uitdrukkelijke wens van de vader zijn geweest dat de dochter niets kreeg.

De kantonrechter heeft er weinig woorden voor nodig:

Naar het oordeel van de kantonrechter komt de curator geen beroep toe op het door haar gestelde belang dat curanda aanspraak wil kunnen blijven maken op voorzieningen uit algemene middelen. Het door de curator gestelde belang dient afgewogen te worden tegen het algemeen belang om gemeenschappelijke voorzieningen in te zetten voor die personen in de samenleving die daar daadwerkelijk behoefte aan hebben en geen andere financiële mogelijkheden hebben. In die belangenafweging dient het algemeen belang zwaarder te wegen dan het individuele belang van curanda. Curanda heeft recht op een bepaald vermogen en mag daar, ten nadele van het algemeen belang, niet van afzien”.

De moeder heeft ook nog aangegeven dat de dochter het geld niet nodig heeft omdat zij aanspraak kan maken op voorzieningen uit de algemene middelen

Daarover zegt de kantonrechter:

Echter als deze algemene middelen om welke redenen zouden wegvallen zou het kunnen zijn dat curanda daar in haar dagelijks leven wel iets van gaat merken als zij niet beschikt over voldoende vermogen. Immers zal dan de vraag zijn of zij voldoende middelen heeft om de huur, verzekeringen en andere vaste lasten te kunnen blijven betalen. Gelet hierop is door de curator onvoldoende onderbouwd waarom het verzoek in het belang van curanda is te achten”.

Daar komt nog bij, aldus de kantonrechter,  dat de vorderingen van de kinderen op hun moeder niet opeisbaar zijn en dat er, zolang de moeder leeft, geen sprake is van besteedbaar vermogen van curanda en slechts sprake van een niet-opeisbare vordering. Het is niet te voorzien of te voorspellen of na het overlijden van de moeder het toeslagen systeem als zodanig nog bestaat of mogelijk anders is ingericht. Mogelijk heeft curanda dan haar legitieme portie aanvullend nodig om in haar levensonderhoud te kunnen blijven voorzien.

De verzoeken worden afgewezen. Lees hier de hele uitspraak.