De Rechtbank Rotterdam heeft op 18 augustus 2021 uitspraak gedaan over recht op inkorting vanwege giften bij de vaststelling van de legitieme.
Eiseressen hebben bij gedaagden aanspraak gemaakt op hun legitieme porties in de nalatenschap van erflaatster.
Zij hebben gedaagden niet als erfgenamen aangesproken, omdat de nalatenschap van erflaatster geen baten meer bevat (nihil is), maar zij hebben gedaagden aangesproken als begiftigden.
Volgens eiseressen hebben gedaagden allebei een gift van € 142,250,- gekregen van erflaatster na de verkoop van haar woning in 2008, zodat zij begiftigden zijn.
Gedaagden hebben niet betwist dat eiseressen met toepassing van artikel 4:89 lid 1 BW de giften die zij hebben gekregen van erflaatster kunnen inkorten om op die manier de legitieme portie te verkrijgen en dat gedaagden in beginsel op grond van artikel 4:90 lid 1 BW verplicht zijn de waarde van het ingekorte gedeelte van de gift aan eiseressen te vergoeden.
Gedaagden hebben echter de hoogte van de door hen ontvangen giften betwist.
Ook hebben gedaagden de hoogte van de door eiseressen berekende legitimaire massa en legitieme portie betwist en hebben gedaagden betwist dat de door hun ontvangen giften de jongste giften zijn.
Legitieme. Vaststelling legitieme. Giften. Recht op inkorting. Negatief saldo van nalatenschap. Inkorting bij begiftigden. Bewijs van een gift.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank merkt allereerst het volgende op.
Voordat de legitieme portie kan worden vastgesteld moet eerst de legitimaire massa worden vastgesteld.
De legitimaire massa wordt berekend door de waarde van de goederen van de nalatenschap, te vermeerderen met de in aanmerking te nemen giften en te verminderen met de schulden die zijn genoemd in artikel 4:7 lid 1 BW onder a tot en met c en f.
Alle giften die aan eiseressen en gedaagden zijn gedaan door erflaatster moeten op grond van artikel 4:67 onder d BW worden meegenomen bij de berekening van de legitimaire massa.
Gebruikelijke giften worden echter buiten beschouwing gelaten, voor zover zij niet bovenmatig waren.
Eiseressen hebben in eerste instantie hun legitieme porties op de verkeerde wijze berekend door slechts uit te gaan van 1/8ste deel van de giften aan gedaagden en geen rekening te houden met schulden en andere giften, waaronder aan eiseressen zelf.
De rechtbank heeft eiseressen na de zitting in de gelegenheid gesteld om bij conclusie van repliek te reageren op de door gedaagden berekende legitimaire massa en zelf met een nieuwe berekening te komen.
Eiseressen hebben vervolgens zelf Excel-overzichten overgelegd waarin zij op de Excel-overzichten van gedaagden reageren.
Gedaagden zijn daarna in de gelegenheid gesteld om bij dupliek hierop te reageren, waarna eiseressen en gedaagden nog een akte hebben mogen indienen om op de producties van gedaagden bij dupliek te reageren.
Met name van de zijde van gedaagden zijn bezwaren geuit over de wijze van procederen en gedaagden willen nog een keer in de gelegenheid worden gesteld om op de laatste akte van eiseressen te reageren.
De rechtbank gaat aan deze bezwaren voorbij.
De rechtbank acht het in belang van partijen om inhoudelijk op het geschil te beslissen.
Erflaatster is immers al tien jaar geleden overleden.
Het wordt tijd dat er een einde komt aan het geschil tussen partijen.
Dit betekent dat de rechtbank hieronder op basis van de gegevens die er nu zijn de legitimaire massa zelf zal vaststellen en zelf zal beoordelen welke giften moeten worden meegenomen bij de berekening van de legitieme portie.
De rechtbank acht het daarvoor niet noodzakelijk om gedaagden nog een keer in de gelegenheid te stellen om op laatste akte van eiseressen te reageren, omdat zij daartoe al voldoende in de gelegenheid zijn gesteld.
Het meest verstrekkende verweer van gedaagden is dat alle kinderen € 100.000,- hebben ontvangen van erflaatster tijdens haar leven, zodat de legitieme porties vanwege de verrekening van de giften ex artikel 4:70 BW nihil zijn.
De rechtbank kan gedaagden hierin niet volgen, omdat uit de considerans bij het testament en de overgelegde handgeschreven verklaring van (naar gedaagden stellen) erflaatster van 1 december 2008 onvoldoende blijkt dat eiseressen ieder € 100.000,- of meer als gift hebben gekregen van erflaatster.
Ook de brief van erflaatster uit september 2008 acht de rechtbank onvoldoende bewijs hiervan.
Hoewel in deze brief het volgende is geschreven “de situatie is nu rechtgezet door hun allebei 100.000 euro te schenken” en “dat mijn twee oudste kinderen zich enorm aan mij hebben verrijkt. Daaraan is vanaf nu een einde gekomen”, is onvoldoende vast komen te staan dat deze brief daadwerkelijk door erflaatster geschreven is of zij met de inhoud hiervan akkoord was.
Dit is namelijk door eiseressen bestreden, omdat dat erflaatster geen computer of typmachine had, haar mentale gezondheid niet goed was en erflaatster eerder wel meer dan drie maanden naar tevredenheid bij eiseres heeft gewoond.
Zonder nadere onderbouwing van gedaagden, die ontbreekt, kan de rechtbank niet als vaststaand aannemen dat deze brief daadwerkelijk van erflaatster afkomstig is geweest.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.