De Rechtbank Den Haag heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de informatieplicht van de erfgenamen en de executeur ten aanzien van de waarde van een woning ter berekening van de legitieme.

De legitieme portie van eiseres moet worden berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap op het tijdstip onmiddellijk na overlijden.

Gedaagde heeft als executeur van de nalatenschap een overzicht opgesteld van de goederen die tot de nalatenschap van erflater behoren en op basis daarvan een berekening van de legitieme portie gemaakt.

In het door de executeur opgestelde overzicht zijn opgenomen: een bankrekening bij ING, de woning en de voor deze woning afgesloten hypothecaire lening.

Voorts heeft hij in dit overzicht kosten opgevoerd die hij op de waarde van de nalatenschap in mindering heeft gebracht en bedragen die hij na overlijden nog heeft ontvangen.

Legitieme. Informatieplicht. Berekening van de legitieme. Waardering woning. Peildatum waardering.

De rechter oordeelt als volgt.

De executeur heeft de woning in zijn boedelbeschrijving opgenomen voor een bedrag van € 155.000. Dit is het bedrag waarvoor de woning in december 2015 is verkocht.

De executeur stelt dat hij de woning niet voor een hoger bedrag kon verkopen onder meer omdat al op het moment van overlijden sprake was van achterstallig onderhoud aan de woning.

Zo moesten delen van het dak met plastic worden afgedekt omdat het dak lekte. Hij wilde de woning eerst zelf kopen en heeft toen contact opgenomen met een bouwbedrijf die hem informeerde over de gescheurde fundering en hoge kosten van restauratie. Vervolgens heeft hij gebeld met een makelaarskantoor. Het makelaarskantoor heeft hem verteld dat de maximale verkoopprijs € 200.000 was, maar dat die prijs moeilijk zou worden gehaald, gelet op de verkoopkosten en de slechte verkoopmarkt, aldus nog steeds de executeur.

Het feit dat de executeur de woning in december 2015 heeft verkocht voor een bedrag van € 155.000 betekent niet dat daarom bij het bepalen van de hoogte van de legitieme portie met dit bedrag rekening moet worden gehouden.

Bij de bepaling van de legitieme portie moet worden gekeken naar de waarde van de woning op het moment van overlijden en niet naar de waarde waarvoor de woning uiteindelijk is verkocht.

Het meer of minder waard worden van de woning na het overlijden – bijvoorbeeld omdat de woning een jaar leeg heeft gestaan – komt voor rekening en risico van de erfgenamen.

De legitimaris heeft daar niets mee te maken.

Het makelaarskantoor heeft de woning in mei 2014, vier maanden voor het overlijden van erflater, getaxeerd op een bedrag van € 285.000 en hierover een taxatierapport opgesteld. Over de onderhouds- of bouwkundige staat zijn in het taxatierapport geen opmerkingen gemaakt.

Dit rapport is belangrijk voor de vaststelling van de waarde van de woning.

De makelaar die de taxatie heeft verricht is een NVM-makelaar. De executeur heeft geen specifieke bezwaren geuit tegen de persoon van de makelaar en heeft ook niet gesteld dat de makelaar de taxatie niet goed heeft verricht.

Gelet op de inhoud van dit rapport is de rechter van oordeel dat de executeur zijn stellingen dat de woning maar € 155.000 waard was, onvoldoende heeft toegelicht.

Met name heeft hij niet uitgelegd waarom het makelaarskantoor de woning in mei 2014 heeft getaxeerd op € 285.000 en na het overlijden heeft gezegd dat de woning nog niet voor € 200.000 verkocht kan worden.

Ook heeft hij niet uitgelegd waarom in het taxatierapport van het makelaarskantoor geen opmerkingen zijn gemaakt over de staat van onderhoud. Als de woning in september 2014 zou zijn afgedekt met plastic vanwege lekkages en op dat moment een gescheurde fundering zou hebben, moet de staat van onderhoud vier maanden daarvoor ook al zodanig zijn geweest dat hierover in het taxatierapport van het makelaarskantoor een opmerking zou zijn gemaakt. De periode tussen mei 2014 en september 2014 is voorts zo kort, dat niet aannemelijk is dat de toestand van de woning zodanig is verergerd, dat de waarde zakt van € 285.000 naar € 155.0000.

Gelet op het geringe tijdsverloop tussen mei 2014 en september 2014 zal de rechter voor de waardering van de woning het taxatierapport van het makelaarskantoor gebruiken.

Dit betekent dat zij de waarde van de woning bepaalt op € 285.000.

Tussen partijen is niet in geschil dat er nog een hypothecaire lening was ter hoogte van € 56.999,90, afgerond € 57.000. Gelet op deze lening dient in de nalatenschap met een waarde van de woning van € 228.000 rekening te worden gehouden.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.