De Rechtbank Amsterdam heeft op 13 januari 2021 uitspraak gedaan over de beschikkingsbevoegdheid van de langstlevende bij de wettelijke verdeling.
Eiseres en gedaagden zijn de kinderen van de erflater
Erflater is 2005 overleden.
Bij testament d.d. 1 november 2004 heeft erflater gedaagde (voor een kwart), eiseres (voor de helft), en de overige gedaagden (ieder voor een achtste deel) tot zijn erfgenamen benoemd.
Daarnaast heeft erflater bepaald dat op zijn nalatenschap de wettelijke verdeling van toepassing is.
Als gevolg daarvan heeft de moeder bij het overlijden van erflater alle tot zijn nalatenschap behorende goederen verkregen, maar moet zij ook alle schulden van de nalatenschap voldoen.
Eiseres en gedaagden hebben ieder een geldvordering op moeder, als langstlevende, verkregen, die opeisbaar zal worden wanneer moeder (de langstlevende) overlijdt of in geval van de overige in het testament genoemde gevallen
Uit hoofde van de hiervoor genoemde wettelijke verdeling heeft de langstlevende onder meer de volledige eigendom verkregen van de woning met ondergrond, tuin en erf en het nabijgelegen perceel grond alsmede van een effectenportefeuille.
Erfrecht. Wettelijke verdeling. Geldvordering op de langstlevende. Beschikkingsbevoegdheid van de langstlevende. Vertering en vervreemding. Onroerend goed. Effectenportefeuille.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank stelt voorop dat de hoogte van de geldvordering van eiseres op gedaagde als langstlevende op dit moment nog niet vaststaat.
Ingevolge het testament van erflater dienden de geldvorderingen van onder meer eiseres binnen een jaar na het overlijden van erflater te worden vastgesteld bij notariële akte, maar dit is niet gebeurd.
De waarde van de geldvordering van eiseres is in de aangifte voor het recht van successie vastgesteld op € 357.891,50, maar dit bedrag is door gedaagde gemotiveerd betwist.
Nu in de onderhavige procedure geen vaststelling van de hoogte van de geldvordering is gevorderd en tussen partijen daarover geen overeenstemming bestaat, kan evenmin worden vastgesteld of die geldvordering bij het opeisbaar worden al dan niet kan worden voldaan.
Reeds om die reden kan eiseres in haar stelling dat zij mogelijk wordt benadeeld in haar verhaalsmogelijkheden niet zonder meer worden gevolgd.
Zoals in het vonnis in incident is overwogen blijkt uit de parlementaire geschiedenis van het huidige erfrecht dat de wetgever met de wettelijke verdeling heeft beoogd om de langstlevende echtgenoot na het overlijden van diens huwelijkspartner de beschikking te geven over de gehele nalatenschap, om zo de langstlevende echtgenoot in staat te stellen om ongestoord voort te kunnen leven zoals voorheen.
Daaruit volgt dat de langstlevende echtgenoot de uit de nalatenschap verkregen goederen niet alleen kan aanwenden voor eigen gebruik, maar deze ook kan bezwaren of vervreemden.
De langstlevende echtgenoot behoeft daarover aan de kinderen geen rekening en verantwoording af te leggen.
Dat betekent in het onderhavige geval dat gedaagde als langstlevende in beginsel vrij mag beschikken over de goederen die zij van erflater heeft verkregen, zoals de woning en de effectenportefeuille.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.