De Rechtbank Oost-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over de vaststelling van de legitieme bij een ouderlijke boedelverdeling.
In deze zaak gaat het om de nalatenschap van de moeder van eisers en gedaagde.
Hun moeder, erflaatster, is overleden in 2020.
De vader van eisers en gedaagde, is overleden in 2003.
Tot aan het overlijden van vader, waren vader en moeder met elkaar gehuwd.
Vader had een testament gemaakt waarin hij op basis van 4:1167 oud BW een zogenaamde ouderlijke boedelverdeling maakte tussen zijn echtgenote en de kinderen.
Daarmee werd moeder door het overlijden van vader rechthebbende van alle goederen van zijn nalatenschap en verkregen de kinderen een vordering ter grootte van hun erfdeel.
Eisers hebben gevorderd dat gedaagde als begiftigde wordt veroordeeld tot betaling van de vorderingen uit hoofde van de legitieme porties van eisers.
Erfrecht. Ouderlijke boedelverdeling. Vaststelling van de legitieme. Breukdelen. Giften. Vermindering. Verrekening mogelijk? Begiftigde. Hoedanigheid. Wettelijke rente.
De rechter oordeelt als volgt.
De legitimaire massa wordt conform artikel 4:65 BW berekend door bij het saldo van de nalatenschap op te tellen de giften die op grond van artikel 4:67 BW in aanmerking moeten worden genomen.
De legitieme portie van eisers bedraagt voor ieder van hen een/zesde (1/6e) deel van de legitimaire massa.
Het breukdeel van hun legitieme portie is de helft van hun wettelijk erfdeel.
Op basis van de wet zouden er drie (3) erfgenamen zijn, zodat ieder een/derde (1/3e) deel zou ontvangen.
Bij de berekening van het legitieme breukdeel dient dit erfdeel te worden gehalveerd, oftewel vermenigvuldigd met een/tweede (1/2e).
Een/tweede (1/2e) maal een/derde (1/3e) is een/zesde (1/6e).
Eisers hebben gevorderd dat gedaagde als begiftigde wordt veroordeeld tot betaling van de vorderingen uit hoofde van de legitieme porties van eisers.
Daar staat tegenover dat eisers ter zake de uitwinning van het pandrecht als zekerheid voor de voldoening van de vordering die ze hadden uit de nalatenschap van vader, een groter bedrag hebben ontvangen dan waar ze op basis van de verdeling van de nalatenschap van moeder aanspraak op kunnen maken.
De rechtbank ziet zich daarmee gesteld voor de vraag of en hoe de vorderingen over en weer kunnen en dienen te worden voldaan.
Hoewel de rechtbank geen concrete grondslag aantreft in het erfrecht om tot verrekening van de vorderingen over en weer over te gaan, is de rechtbank van oordeel dat het belang van alle partijen er mee gediend is om de afwikkeling van de nalatenschap met dit vonnis tot een einde te kunnen brengen en niet met de volgende procedure tot inning van vorderingen over een weer, de strijd nog langer te laten voortduren.
De rechtbank heeft daarbij betrokken dat hoewel eisers formeel terecht hebben verzocht om uit te spreken dat gedaagde als begiftigde wordt veroordeeld en die hoedanigheid niet dezelfde hoedanigheid is als die van erfgenaam/vorderingsgerechtigde waarmee hij nog aanspraak maakt op zijn deel van de restantvordering van vaders erfdeel.
En tegelijkertijd dat de hoedanigheden van de erfgenamen, tevens deelgenoten wel zodanig met elkaar verweven zijn en hun grondslag vinden in de afwikkeling van dezelfde nalatenschap, dat die hoedanigheden aan verrekening niet in de weg staan.
Aan de algemene voorwaarden voor verrekening is naar het oordeel van de rechtbank wel voldaan.
Partijen zijn over en weer schuldeiser en schuldenaar, het gaat om geldvorderingen en de vorderingen zijn opeisbaar.
Praktisch betekent dit overigens dat gedaagde zal worden veroordeeld tot betaling aan eisers van een bedrag van € 96.008,69 ieder.
Oftewel: hun legitieme portie (€ 125.573,38) verminderd met het bedrag dat ze teveel hebben ontvangen als uitbetaling op hun vaders erfdeel (€ 29.564,69).
Gemeld bedrag van € 96.008,69 dient te worden vermeerderd met de rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 11 april 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
Verder betekent dit dat aan gedaagde wordt toegedeeld het resterende saldo van de nalatenschap zoals dat nu nog voorhanden is op de ervenrekening.
Dat bedrag komt aan gedaagde toe ter voldoening van zijn vordering uit hoofde van vaders erfdeel.
Samen met de verrekening zoals hiervoor opgenomen, ontvang gedaagde dan hetgeen hij nog als schuldeiser op de nalatenschap van moeder kon verhalen ter zake zijn vordering uit hoofde van vaders erfdeel.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.