De Rechtbank Den Haag heeft op 20 oktober 2021 uitspraak gedaan over de berekening en vaststelling van de legitimaire massa.
Eiser wil dat de rechtbank gedaagde veroordeelt tot betaling aan eiser van het bedrag uit de nalatenschap van zijn grootmoeder waarop hij recht heeft.
De grootmoeder van eiser, X (hierna erflaatster) is op 16 oktober 2013 overleden in Den Haag.
Erflaatster had drie kinderen, twee dochters en een zoon.
Eén van de dochters, Y, is de moeder van eiser.
Zij is eerder overleden dan erflaatster.
Hierdoor komt eiser direct in aanmerking om (in de plaats van zijn moeder) van erflaatster te erven.
Eiser heeft nog een zus, die ook direct in aanmerking komt om van erflaatster te erven. Zij is geen partij in deze procedure.
Gedaagde is de zoon van erflaatster.
Bij testament van 13 september 2010 heeft erflaatster gedaagde benoemd tot haar enige erfgenaam en executeur.
Dit betekent dat zij haar twee dochters heeft onterfd.
Dat kan in Nederland nooit helemaal.
De bij haar overlijden nog levende dochter en de twee kinderen van haar dochter Y – eiser en zijn zus – hebben, ondanks deze onterving, nog recht op een deel van de nalatenschap van erflaatster.
Dat noemen we de legitieme portie.
Als ze niet waren onterfd, had elke zus recht gehad op 1/3e deel van de nalatenschap van erflaatster.
De legitieme portie is de helft hiervan: 1/6e deel.
Deze legitieme portie wordt berekend over de zogenaamde legitimaire massa.
De legitimaire massa is het bedrag dat erflaatster had op de dag van haar overlijden plus bepaalde bedragen die erflaatster voor haar overlijden heeft geschonken aan kinderen en aan derden.
Voor eiser is de legitieme portie de helft van het deel van zijn moeder.
Zijn zus heeft recht op de andere helft.
Dit betekent dat eiser recht heeft op een legitieme portie van 1/12e deel van de legitimaire massa.
De tante van eiser heeft een procedure aangespannen tegen gedaagde om de hoogte van haar legitieme portie vastgesteld te krijgen.
Het gerechtshof in Den Haag heeft in de procedure tussen de tante van eiser en gedaagde in een arrest van 14 mei 2019 bepaald dat de legitimaire massa in de nalatenschap van erflaatster een bedrag is van € 361.694,17 (hierna het arrest van 14 mei 2019).
Op grond daarvan is de legitieme portie van de tante van eiser volgens het gerechtshof een bedrag van € 361.694,17 gedeeld door zes = € 60.282,36.
Gedaagde moest een lager bedrag aan de tante van eiser betalen, omdat ze eerder al een bedrag van € 2.268,90 geschonken had gekregen.
Als dit arrest wordt gevolgd heeft eiser een aanspraak op gedaagde van € 361.694,17 gedeeld door 12 = € 30.141,18.
Eiser vindt echter dat hij recht heeft op een hoger bedrag.
Hij kijkt naar de aanslag erfbelasting die de belastingdienst aan zijn tante heeft opgelegd.
De belastingdienst is namelijk tot de conclusie gekomen dat zijn tante niet over een bedrag van € 60.282,36 erfbelasting moet betalen, maar over een bedrag van € 194.884.
De belastingdienst komt tot dit bedrag om de volgende reden.
Erflaatster heeft voor haar overlijden een deel van haar geld overgemaakt naar de Stichting Euro Exchange Benelux (hierna: de Stichting).
De belastingdienst vindt dat voor het vaststellen van de hoogte van de erfbelasting ook rekening moet worden gehouden met de waarde van de Stichting.
Er is sprake van een zogeheten “afgezonderd particulier vermogen”.
En dus moet de tante van eiser volgens de belastingdienst niet alleen belasting betalen over 1/6e deel van het vermogen van erflaatster op het moment van overlijden maar ook over 1/6e deel van het vermogen van de Stichting op het moment van overlijden van erflaatster.
De tante van eiser is het daar niet mee eens en is hierover een procedure begonnen tegen de belastingdienst.
Die procedure loopt nog.
Eiser vindt dat zijn aanspraak op gedaagde moet worden berekend aan de hand van de legitieme portie zoals de belastingdienst die heeft vastgesteld.
Als dat wordt gedaan, heeft hij recht op een bedrag van € 194.884 (bedrag legitieme portie van tante zoals vastgesteld door de belastingdienst) gedeeld door 2 = € 97.442.
Gedaagde heeft in de conclusie van antwoord geschreven dat eiser is gebonden aan de inhoud van het arrest van 14 mei 2019.
Erfrecht. Onterving. Legitieme. Plaatsvervulling. Vordering tot uitbetaling van de legitieme. Berekening en Vaststelling van de legitimaire massa. Erfbelasting.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat de legitieme portie van eiser € 30.141,18 bedraagt.
Om tot dit oordeel te komen moet de rechtbank twee vragen beantwoorden.
De eerste vraag is of eiser gebonden is aan het arrest van 14 mei 2019.
Volgens de rechtbank is eiser niet gebonden aan dit arrest.
Vervolgens moet de rechtbank zelf beoordelen op welk bedrag eiser recht heeft.
De rechtbank komt tot het oordeel dat eiser niet genoeg verweer heeft gevoerd tegen het standpunt van gedaagde dat het bedrag dat erflaatster aan de Stichting heeft overgemaakt, niet meetelt bij de vaststelling van de omvang van de legitimaire massa.
Dit betekent dat dit bedrag niet meetelt.
De rechtbank komt vervolgens alsnog uit bij het bedrag zoals het hof heeft bepaald in het arrest van 14 mei 2019.
De rechtbank legt deze beslissingen hierna uit.
Vraag 1: is eiser gebonden aan het arrest van 14 mei 2019?
In het arrest van 14 mei 2019 heeft het hof Den Haag de legitimaire massa in de nalatenschap van erflaatster vastgesteld.
Het hof heeft onder meer geoordeeld dat de Stichting niet kan worden vereenzelvigd met erflaatster en dat het vermogen van de Stichting niet moet worden meegerekend bij de bepaling van de hoogte van de legitimaire massa.
Op basis van de door haar berekende legitimaire massa heeft het hof de legitieme portie van de tante van eiser vastgesteld.
Gedaagde heeft aangevoerd dat eiser aan dit arrest gebonden is en dat hij daarom geen belang meer heeft bij zijn vordering.
Dat is de rechtbank niet met gedaagde eens.
Eiser was geen partij bij de procedure bij het hof Den Haag.
Hij is ook geen rechtsopvolger van één van de partijen bij die procedure, hij heeft immers geen rechten verkregen van zijn tante of van gedaagde.
Hij heeft een eigen vordering op gedaagde omdat hij door het vooroverlijden van zijn moeder op grond van de wet aanspraak kan maken op een deel van de erfenis van erflaatster.
Dit betekent dat eiser niet gebonden is aan de uitspraak van het hof in het arrest van 14 mei 2019 over de hoogte van de legitimaire massa.
Vraag 2: wat is de legitieme portie van eiser?
Gedaagde heeft zich, voor het geval de rechtbank tot het oordeel komt dat eiser niet is gebonden aan de het arrest van 14 mei 2019, op het standpunt gesteld dat eiser toch geen recht heeft op het hoge bedrag van € 97.442.
Het vermogen dat erflaatster heeft ingebracht in de Stichting is namelijk niet meer van haar en behoort dan ook niet tot haar nalatenschap.
Dit betekent dat de hoogte van de legitieme portie ook niet (ook) over dit bedrag moet worden berekend.
Dat de belastingdienst daar iets anders van vindt in verband met de erfbelasting maakt volgens gedaagde niet uit.
De rechtbank heeft eiser gevraagd om op deze stelling van gedaagde te reageren en om haar ook te informeren over het antwoord op de vraag tegen wie eiser zijn vordering dan eigenlijk moet indienen.
Tegen gedaagde of deels ook tegen de Stichting.
Eiser heeft deze vragen van de rechtbank niet beantwoord.
Ook heeft eiser niet gereageerd op de conclusie van antwoord van gedaagde waarin hij zijn stellingen heeft opgenomen.
Door niet te reageren op de conclusie van antwoord van gedaagde en door de vragen van de rechtbank niet te beantwoorden, heeft eiser zijn stelling dat hij recht heeft op het hoge bedrag onvoldoende toegelicht.
Alhoewel eiser niet gebonden is aan het arrest van het hof van 14 mei 2019, geeft dit arrest wel een aanwijzing hoe in deze procedure moet worden beslist.
In het arrest van 14 mei 2019 wordt namelijk wel geoordeeld dat het vermogen van de Stichting niet bij het vermogen van erflaatster moet worden opgeteld voor het bepalen van de legitimaire massa.
De Stichting moet niet met erflaatster worden vereenzelvigd.
Eiser heeft onvoldoende feiten en of omstandigheden genoemd waarom de rechtbank voor wat betreft zijn legitieme portie nu tot een ander oordeel moet komen.
De enkele verwijzing naar de aanslag erfbelasting in een procedure waarbij hijzelf geen partij is, is daarvoor onvoldoende.
Omdat eiser niet zelf direct een beroep kan doen op het arrest van 14 mei 2019, heeft hij er nog wel belang bij dat de rechtbank het bedrag van zijn legitieme portie in deze procedure vaststelt en vaststelt dat gedaagde dit bedrag aan eiser moet betalen.
Waar het meerdere wordt gevorderd, kan de rechtbank het mindere toewijzen.
Eiser heeft in de dagvaarding gesteld dat het hof in het arrest van 14 mei 2019 is uitgegaan van een legitimaire massa van € 361.694,17.
Gedaagde heeft op dit punt geen verweer gevoerd.
Integendeel, zijn standpunt dat eiser aan het arrest van 14 mei 2019 is gebonden, betekent dat hij ook vindt dat van dit bedrag moet worden uitgegaan voor de legitimaire massa.
€ 361.694,17 gedeeld door twaalf is een bedrag van € 30.141.
De rechtbank zal gedaagde veroordelen dit bedrag aan eiser te betalen.
Eiser heeft de wettelijke rente gevorderd over het bedrag dat gedaagde aan hem moet betalen vanaf 5 september 2019.
Gedaagde heeft op dit punt geen verweer gevoerd en de rechtbank ziet ook zelf geen bezwaar tegen toewijzing van dit gedeelte van de vordering van eiser.
De rechtbank zal gedaagde dan ook veroordelen de wettelijke rente te betalen vanaf 5 september 2019
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.