De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan in kort geding over een vordering tot afgifte van bescheiden ter berekening van de legitieme portie.

Erflaatster heeft bij testament over haar nalatenschap beschikt.

In haar testament heeft erflaatster gedaagde tot enig erfgenaam benoemd en eiseres (alsmede haar afstammelingen) uitdrukkelijk uitgesloten als erfgenaam.

Ter onderbouwing van haar vordering stelt eiseres dat zij de verzochte bescheiden nodig heeft om haar legitieme portie te kunnen berekenen.

De verzochte inzage in de bankafschriften van de afgelopen vijf jaren is volgens eiseres nodig om te kunnen vaststellen of er sprake is van eventueel gedane schenkingen.

Ter onderbouwing hiervan stelt eiseres dat gedaagde samen met erflaatster in 2021 een woning heeft gekocht, eiseres vermoedt dat hierbij sprake is geweest van in aanmerking te nemen giften.

Eiseres heeft haar vordering primair gebaseerd op artikel 4:78 BW, subsidiair op artikel 843a Rv.

Erfrecht. Legitieme. Voorlopige voorziening. Incident tot afgifte van bescheiden ter berekening van de legitieme. Bankafschriften. Giften. Dwangsom. Executele.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat ingevolge het bepaalde in artikel 4:78 BW de legitimaris die niet erfgenaam is tegenover de executeur aanspraak kan maken op inzage en afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie behoeft en dat de executeur hem desverlangd alle daartoe strekkende inlichtingen moet verstrekken.

Dit begrip moet, gelet op de wetgeschiedenis, zo ruim mogelijk worden uitgelegd, maar wel met de beperking dat het moet gaan om gegevens die nodig zijn voor de berekening van de legitieme portie.

Dat betekent dat eiseres recht heeft op de bescheiden waarmee zij de omvang en de waarde van de nalatenschap op het moment van overlijden kan controleren.

Hoewel gedaagde stelt dat hij alle stukken die voorhanden zijn reeds heeft overgelegd, heeft hij dit niet onderbouwd, zodat dit niet aan toewijzing van de vordering van eiseres in de weg staat.

Voor de vaststelling van de omvang van de legitimaire massa zijn ook vóór het overlijden gedane giften door de erflaatster van belang (artikel 4:65 BW jo 4:67 e.v. BW).

Eiseres heeft daarom ook een gerechtvaardigd belang bij het kunnen controleren of door erflaatster aan gedaagde of derden schenkingen zijn gedaan.

Zij is niet gehouden af te moeten gaan op mededelingen van gedaagde daarover.

Naar het oordeel van de rechtbank dient gedaagde dan ook de rekeningafschriften van de afgelopen vijf jaar voorafgaand aan het overlijden van erflaatster te overleggen.

De rekeningafschriften dienen te worden overgelegd tot de datum van overlijden, derhalve tot en met 2023.

Dat gedaagde enkel over de zakelijke rekeningafschriften beschikt kan de rechtbank niet volgen. Als erfgenaam kan [gedaagde] de privé afschriften (digitaal) opvragen.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering kunnen dragen.

In het dictum zal expliciet worden gemaakt dat gedaagde wordt veroordeeld om – zoals volgt uit artikel 4:78 BW – afschrift van bescheiden te verstrekken of, als er geen bescheiden voorhanden zijn, inlichtingen te vertrekken.

De dwangsom zal worden gemaximeerd zoals in het dictum is bepaald.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.