Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft onlangs uitspraak gedaan over de vaststelling van de waarde van een woning ter vaststelling en  berekening van de omvang van de legitieme portie.

De op 10 december 2018 overleden erflater was ten tijde van zijn overlijden eigenaar van de woning.

Bij testament van 24 september 2018 heeft erflater de executeur benoemd tot executeur, over zijn nalatenschap beschikt en van zijn vier dochters tot erfgenamen benoemd en appellanten en hun afstammelingen uitgesloten van erfopvolging.

Krachtens koopovereenkomst heeft de executeur de woning verkocht tegen een koopprijs van € 900.000,– k.k. en op 16 oktober 2020 de eigendom ervan aan de koper overgedragen.

De executeur heeft eind 2021 een bedrag van € 91.094,38 als voorschot op de legitieme portie aan zowel appellante als de tussenkomende partij overgemaakt.

Partijen twisten over de omvang van de legitieme portie, in het bijzonder de daarvoor in aanmerking te nemen waarde van de woning.

Erfrecht. Legitieme. Vaststelling van de waarde van een woning ter berekening van de omvang van de legitieme portie. Peildatum. Waarde in het economische verkeer.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof overweegt dat de grief en het partijdebat zich nog (slechts) beperken tot de (omvang van de) legitimaire massa die bepalend is voor de legitieme portie die appellante in de nalatenschap van erflater toekomt.

Daarbij spitst dit beroep zich toe op de in aanmerking te nemen waarde van de woning.

Appellante hanteert hiervoor de op de overlijdensdatum gehanteerde vraagprijs en de executeur hanteert de bijna twee jaar later gerealiseerde verkoopprijs, maar deze beide prijsstellingen zijn hiervoor als zodanig niet bepalend.

Op de voet van artikel 4:6 BW moet de in aanmerking te nemen waarde van de woning worden gesteld op de waarde onmiddellijk na het overlijden van de erflater.

Nu beide partijen de waarde van de woning in het economisch verkeer hanteren, is in dit geval beslissend de waarde die de woning in het economisch verkeer op 10 december 2018 had.

Het hof oordeelt op dit punt deskundigenonderzoek noodzakelijk en is voornemens aan een makelaar/taxateur de volgende vragen voor te leggen:

  1. Kunt u gemotiveerd aangeven welke waarde in het economisch verkeer [de woning] op 10 december 2018 had?
  2. Wat acht u verder van belang om op te merken?

Partijen zullen zich (gelijktijdig) bij akte kunnen uitlaten over de deskundigheid en -bij voorkeur eensluidend- het aantal en de perso(o)n(en) van te benoemen deskundige(n).

Ook zullen partijen suggesties kunnen doen voor de vraagstelling.

Het hof is voornemens om appellante als oorspronkelijk eiseres op de voet van artikel 195 Rv met het voorschot op de deskundigenkosten te belasten.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.