Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vaststelling en berekening van de omvang van de legitieme portie in verband met de schulden van de nalatenschap.
Deze zaak betreft de afwikkeling van de nalatenschap van de erflaatster, die is overleden in 2017.
Zij heeft in haar testament haar echtgenoot – de vader van de erflaatster – tot haar enige erfgenaam benoemd onder de last aan de erflaatster renteloos schuldig te erkennen een bedrag gelijk aan haar erfdeel bij versterf.
De erflaatster kreeg door dat testament een vordering op haar vader die opeisbaar was bij zijn overlijden.
Haar vader is in 2006 overleden.
Hij heeft de erflaatster onterfd en geïntimeerde en haar echtgenoot tot zijn enige erfgenamen benoemd.
Erfrecht. Legitieme. Vaststelling en berekening van de omvang van de legitieme portie. Schulden van de nalatenschap. Stelplicht. Bewijsaanbod. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank heeft de legitieme portie van de erflaatster in de nalatenschap van haar vader berekend op € 402.046,50 (helft van de nalatenschap).
Omdat aan haar al € 206.961 is uitbetaald moet nog € 195.085 worden bijbetaald.
Bij de rechtbank heeft appellant vergeefs betoogd dat de legitimaire massa met een bedrag van € 19.544,45 moet worden verhoogd.
In zijn memorie van grieven gaat appellant op de samenstellende delen van dit bedrag in.
Het totaal van deze bedragen is € 19.122,77.
Het is niet duidelijk waarom volgens appellant € 14.981,76 overblijft.
Zijn advocaat heeft dat op de mondelinge behandeling niet kunnen uitleggen.
Geïntimeerde betwist dat deze bedragen opgeteld moeten worden bij de legitimaire massa.
Zij heeft daar twee argumenten voor.
In de eerste plaats is niet duidelijk in hoeverre de vorderingen die met deze bedragen samenhangen al bestonden bij het overlijden van de vader van de erflaatster.
In de tweede plaats staan tegenover deze bedragen ook schulden van de nalatenschap van de vader van de erflaatster die pas na zijn overlijden van de bedoelde bankrekeningen zijn afgeschreven.
Geïntimeerde noemt daarvan een aantal voorbeelden.
Het hof is van oordeel dat appellant zijn stelling dat de legitimaire massa moet worden verhoogd met een bedrag van € 14.981,76 niet voldoende heeft toegelicht.
Zo is onduidelijk hoe dit bedrag tot stand is gekomen.
De advocaat van appellant heeft op de mondelinge behandeling gezegd dat dit ook voor hem onduidelijk is.
Daarnaast is ook niet goed toegelicht of en op welke grond de vorderingen die samenhangen met deze bedragen al bestonden op de sterfdag van de vader van de erflaatster.
Ten slotte gaat appellant niet in op de opmerking van geïntimeerde dat het niet juist is alleen maar rekening te houden met bijgeschreven bedragen en niet met schulden van de nalatenschap van de vader van de erflaatster die zijn betaald na zijn overlijden.
Omdat appellant niet voldoet aan zijn stelplicht gaat het hof voorbij aan het bewijsaanbod dat hij doet.
De grief van appellant faalt.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.