De Rechtbank Rotterdam heeft op 24 november 2021 uitspraak gedaan over de vraag welke kosten waren aan te merken als schulden van de nalatenschap bij de vaststelling van de omvang van de legitieme.

Erflaatster heeft (onder herroeping van haar wilsbeschikking van 21 mei 2010) bij uiterste wilsbeschikking, vervat in een testament d.d. 17 december 2014, over haar nalatenschap beschikt.

Zij heeft daarbij eiseres uitgesloten als verkrijger van haar nalatenschap.

Verder heeft zij gedaagde tot enig erfgenaam en executeur van haar nalatenschap benoemd, onder de in het testament genoemde rechten en plichten.

Erfrecht. Legitieme. Vaststelling van de omvang van de legitieme. Legitimaire massa. Schulden van de nalatenschap. Kosten van vereffening en kosten van van executele. Notariskosten. Advocaatkosten. Uitvaart- en begrafeniskosten. Verbeuren van een dwangsom. 

De rechter oordeelt als volgt.

Eiseres, die legitimaris is vanwege plaatsvervulling, vordert dat de legitieme portie wordt vastgesteld op € 90.552,72.

Gedaagde betwist dat en stelt dat de legitieme portie nihil is.

De legitieme portie is een gedeelte (in dit geval 1/4e) van de legitimaire massa.

De legitimaire massa bestaat uit de waarde van de goederen van de nalatenschap, die wordt vermeerderd met de in aanmerking te nemen giften en verminderd met bepaalde schulden (artikel 4:65 BW).

Eiseres en gedaagde twisten over de vraag welke posten tot de legitimaire massa behoren.

Uitvaartkosten

Eiseres stelt zich op het standpunt dat de uitvaartkosten door erflaatster zijn betaald uit moraal en fatsoen.

Gedaagde erkent dat deze kosten door erflaatster zijn voldaan, maar voert aan dat sprake is van een natuurlijke verbintenis die leidt tot een terugbetalingsverplichting van eiseres.

Ook is volgens gedaagde sprake van zaakwaarneming, omdat eiseres ten tijde van het overlijden van haar moeder in detentie zat in Spanje.

De rechtbank is van oordeel dat niet gebleken is dat het een betaling uit moraal en fatsoen zou zijn die voor rekening van erflaatster zou moeten blijven.

De rechtbank volgt gedaagde in zijn verweer dat vanwege eiseres’s detentie er een redelijke grond bestond voor het behartigen van haar belangen.

De helft van de uitvaartkosten van € 6.620,65 (€ 3.310,33) zal bij het vaststellen van de legitieme portie worden meegenomen.

De andere helft moet worden meegenomen in de berekening van de hoogte van de nalatenschap van erflater.

Begrafeniskosten erflaatster

De begrafeniskosten van erflaatster ad € 1.219,- zullen eveneens worden meegenomen in de berekening van de legitieme portie.

Kosten van vereffening en kosten van executele : advocaat- en notariskosten

De rechtbank stelt voorop dat de wet bij het berekenen van de legitimaire massa onderscheid maakt tussen de kosten van vereffening van de nalatenschap en de kosten van executele.

Anders dan gedaagde betoogt, behoren tot de schulden die meetellen bij de berekening van de waarde van de goederen van de nalatenschap wel de notariskosten, maar niet de advocaatkosten.

Dat gedaagde zoals hij stelt, door de opstelling van eiseres en door procedures, hoge kosten heeft gemaakt maakt dit oordeel niet anders.

Zoals hierna onder zal worden besproken, heeft gedaagde het gebod om bepaalde gegevens over te leggen niet geheel nageleefd.

De advocaatkosten moeten daarom voor zijn rekening blijven.

Eiseres heeft als legitimaris recht en belang om te weten wat de omvang van de nalatenschap is.

Ingevolge artikel 4:78 BW dient gedaagde als executeur en als erfgenaam alle bescheiden ter inzage te geven en afschriften te verstrekken van alle relevante stukken.

De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft bij vonnis van 12 februari 2020 gedaagde veroordeeld om een aantal in het dictum van dat vonnis vermelde gegevens aan eiseres te verstrekken op straffe van een dwangsom.

In hoger beroep heeft het Gerechtshof Den Haag bij arrest van 6 april 2021 geoordeeld dat gedaagde het gebod om bepaalde bankgegevens over te leggen (benodigd ter berekening van de legitieme portie) niet geheel heeft nageleefd.

Gedaagde heeft in reconventie gevorderd voor recht te verklaren dat hij geen dwangsommen heeft verbeurd, althans dat de dwangsommen worden opgeheven/gematigd en eiseres wordt veroordeeld om de reeds geïncasseerde dwangsommen en executiekosten aan hem te voldoen.

De rechtbank ziet voor zichzelf als bodemrechter echter geen taak weggelegd.

Het zou in strijd met de goede procesorde zijn om op basis van hetzelfde feitencomplex over de in kort geding en in hoger beroep behandelde geschillen te oordelen.

Daarnaast geldt dat de executierechter, indien zich na verbeurte van de dwangsom een nieuwe, geen overmacht opleverende omstandigheid heeft voorgedaan, kan toetsen of de titel waarbij de dwangsom is opgelegd nog doeltreffend en uitvoerbaar is.

Executierechter is de rechter die bij vonnis in kort geding van 10 juli 2020 het maximum van de te verbeuren dwangsommen heeft verlaagd tot € 100.000.

Van die beslissing is gedaagde in appel gekomen.

Het hof (executierechter in appel) heeft het vonnis voor zover daarbij het maximum van de dwangsommen is verlaagd vernietigd en de vordering van gedaagde tot vermindering van de dwangsommen afgewezen en het vonnis van 10 juli 2020 voor het overige bekrachtigd.

De reeds verbeurde dwangsommen ad € 150.000,- blijven dus staan.

De vordering in reconventie zal daarom worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.