De Rechtbank Overijssel heeft onlangs uitspraak gedaan over het vaststellen van de omvang van de legitieme en het dagvaarden van een executeur.

Partijen zijn zussen van elkaar.

Hun moeder is in 2005 overleden.

In deze zaak draait het om de nalatenschap van hun vader, die is overleden in 2022.

Vader (erflater) heeft bij testament één van zijn dochters onterfd.

Zij heeft een beroep gedaan op de legitieme.

Zij is het niet eens met de berekening van de legitieme, zoals die is gemaakt door haar zus die tevens de executeur is.

In geschil is de vraag of bepaalde overboekingen of opnamen van de rekening van erflater moeten worden meegeteld bij het vaststellen van de omvang van de legitimaire massa en de vraag of de legitimaris nog recht heeft op inzage in bankafschriften van erflater uit de periode vóór 1 januari 2016.

De rechtbank komt in dit vonnis tot het oordeel dat de vorderingen grotendeels moeten worden afgewezen.

Erfrecht. Legitieme. Vaststelling van de omvang van de legitieme. Executele. Recht op informatie. Giften. Dagvaarden van de executeur. Wantrouwen.

De rechter oordeelt als volgt.

In deze procedure staat centraal dat eiseres aanspraak heeft gemaakt op de legitieme uit de nalatenschap van erflater.

In artikel 4:63 BW is bepaald dat de legitieme portie betrekking heeft op het gedeelte van de waarde van het vermogen van de erflater, waarop de legitimaris in weerwil van giften en uiterste wilsbeschikkingen van de erflater aanspraak kan maken.

En in artikel 4:64 lid 1 BW is bepaald dat de legitieme portie van een kind van de erflater de helft van de waarde bedraagt waarover de legitieme moet worden berekend, gedeeld door het aantal wettelijke erfgenamen.

Met andere woorden, de legitieme portie is de helft van het erfdeel dat de betrokkene had gekregen, als de erflater geen testament had en geen giften had gedaan.

Volgens artikel 4:65 BW wordt de legitieme portie berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap, verminderd met de schulden zoals vermeld in artikel 7 lid 1 onder a tot en met c en f en vermeerderd met de in aanmerking te nemen giften.

Gelet op het wettelijke kader dat hiervoor is geschetst, spelen giften die de erflater tijdens zijn leven heeft gedaan een rol bij de berekening van de waarde van de legitieme.

Die giften moeten in bepaalde gevallen worden opgeteld bij het saldo van de nalatenschap, om daarmee de omvang van de legitimaire massa te bepalen.

Om welke giften het gaat, staat omschreven in artikel 4:67 BW.

In deze procedure gaat het (onder andere) over de vraag of bepaalde overschrijvingen, gedaan vanaf de bankrekening van erflater naar de bankrekening van gedaagde, zijn aan te merken als giften.

Het is daarom van belang om voor ogen te hebben wat wordt verstaan onder het begrip ‘gift’, ook wel: ‘schenking’.

In artikel 7:175 lid 1 BW is daarover het volgende bepaald:

Schenking is de overeenkomst om niet, die ertoe strekt dat de ene partij, de schenker, ten koste van eigen vermogen de andere partij, de begiftigde, verrijkt.

En in aanvulling daarop staat in artikel 7:186 lid 2 BW:

Als gift wordt aangemerkt iedere handeling die er toe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt.

Van belang is aldus of sprake is van een ‘verrijking’ bij de ontvanger, en of dat ook de strekking is geweest van degene die is verarmd.

Een vordering tot betaling van de legitieme portie is aan te merken als een schuld van de nalatenschap (artikel 4:7 BW).

De executeur is belast met het voldoen van de schulden van de nalatenschap.

Eiseres heeft daarom in deze procedure op goede gronden gedaagde aangesproken in haar hoedanigheid van executeur.

De rechtbank gaat er vanuit dat gedaagde alleen in die hoedanigheid is gedagvaard en dat zij niet ook als privépersoon of erfgenaam is gedagvaard.

Hoewel eiseres in haar laatste akte heeft betoogd dat de dagvaarding zo moet worden uitgelegd dat daarin ook bedoeld is om gedaagde voor zichzelf (pro se) en als erfgenaam in rechte aan te spreken, volgt de rechtbank dat niet.

Van die andere hoedanigheden blijkt namelijk niets uit de kop en de verdere inhoud van de dagvaarding en ook gedaagde heeft de dagvaarding niet op die manier begrepen.

In de kop van de dagvaarding wordt gedaagde namelijk uitdrukkelijk in haar hoedanigheid van executeur aangeduid als degene die gedagvaard is en dat sluit ook aan bij de door eiseres ingestelde vorderingen.

In die hoedanigheid heeft gedaagde ook bij antwoord verweer gevoerd.

Bij de beoordeling van de vorderingen gaat de rechtbank dan ook enkel uit van de positie van gedaagde als executeur.

Ten aanzien van meerdere onderdelen van haar vordering heeft eiseres ter onderbouwing aangevoerd dat zij de executeur niet vertrouwt in de antwoorden en toelichtingen die door de executeur zijn gegeven.

De rechtbank overweegt dat wantrouwen op zichzelf onvoldoende grond biedt om een vordering toe of af te wijzen.

Het gaat erom of er concrete feiten of omstandigheden zijn die invulling kunnen geven aan het ontstaan van het wantrouwen.

Eventueel kan er een bewijsopdracht volgen als er sprake is van feiten, die voor de beoordeling van een vordering van belang zijn en die worden betwist.

In de beoordeling van onderdelen van de vordering die hierna volgt, zal op verschillende onderdelen blijken dat er wat dat betreft te weinig is gesteld om toe te komen aan nader bewijs.

In zijn algemeenheid stelt eiseres dat haar wantrouwen is gevoed door het tijdsverloop tussen haar vraag en een antwoord daarop van de executeur.

Ten aanzien van het tijdsverloop heeft de executeur betwist dat er sprake is van een zodanig tijdsverloop dat dit als onredelijk kan worden aangemerkt.

De rechtbank is van oordeel dat het tijdsverloop tussen het overlijden van vader en de afgifte van de verklaring van erfrecht op 22 maart 2023 niet aan de executeur kan worden tegengeworpen.

De verklaring van erfrecht kon immers pas worden opgemaakt toen alle betrokken erfgenamen zich hadden uitgelaten over de aanvaarding of verwerping van de nalatenschap.

Verder is het een feit van algemene bekendheid dat de executeur pas toegang krijgt tot bankgegevens en dergelijke als de verklaring van erfrecht kan worden overgelegd.

Het is daarom begrijpelijk dat de afwikkeling van de nalatenschap van erflater pas op gang kwam na 22 maart 2023.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.