De Rechtbank Gelderland heeft op 7 juli 2021 uitspraak gedaan over het recht van de legitimaris op informatie ter berekening van de legitieme.

In 2019 is overleden de erflater.

Erflater was gehuwd met gedaagde ten tijde van zijn overlijden.

Eisers zijn de kinderen van erflater uit zijn eerste huwelijk.

Erflater heeft over zijn nalatenschap beschikt bij testament van 1 juli 2015.

In het testament is onder meer bepaald dat eisers zijn uitgesloten als erfgenamen.

Erfrecht. Legitieme. Recht op informatie. Inzage in bankrekeningen. Erfbelasting. Executeur. Dwangsom?

De rechter oordeelt als volgt.

Eisers heeft inzage in en afschrift van de documenten gevorderd.

Ten aanzien van het gevorderde overzicht van schenkingen zal de rechtbank de vordering afwijzen omdat een overzicht door de executeur is verstrekt.

Dat eisers dit op juistheid willen nagaan aan de hand van de te verstrekken gegevens is daarbij irrelevant.

De rechtbank zal de overige vorderingen toewijzen.

Gedaagden hebben ter zitting verklaard dat de executeur inzage zal verschaffen in de bankrekeningen voor de periode 16 februari 2009 tot en met heden met uitzondering van een ontbrekend afschrift nummer 19 uit 2012.

Eveneens heeft gedaagde aangeboden de afschriften over te leggen van de Rabobank rekening eindigend op 4605 van 2 december 2010 tot en met 4 december 2014, overige afschriften zijn niet aanwezig.

Ook heeft gedaagde aangeboden de gevorderde bankafschriften van de Oranjespaarrekening over te leggen voor zover aanwezig, overigens is daarbij aangetekend dat de ING rekening de enige tegenrekening is, zodat overboekingen steeds op die afschriften zichtbaar zouden moeten zijn.

De rechtbank leidt hieruit af dat het verweer tegen het overleggen van de gevorderde afschriften hiermee is ingetrokken, zodat zij de vordering zal toewijzen jegens de executeur.

Ook zal de rechtbank de vordering tot overlegging van de afschriften van de SNS bankrekening van erflater toewijzen.

De executeur kan immers de afschriften opvragen voor zover deze niet in bezit zijn.

Ten aanzien van de gevorderde aangiftes IB over de jaren 2018 en 2019 merkt de rechtbank op dat gedaagde wel de aanslagen IB over de jaren 2015 – 2017 heeft overgelegd maar geen kopie heeft verstrekt van de gevorderde aangiftes.

Deze kunnen relevant zijn voor de opstelling van het vermogen van erflater en daarmee voor de vaststelling van de omvang van de legitieme porties.

Er is geen inhoudelijk verweer gevoerd door gedaagde op deze vordering.

De rechtbank zal ze dan ook toewijzen jegens de executeur.

Gedaagden hebben aangevoerd dat de boedel geen bovenmatige waarde heeft.

Het zijn gebruiksgoederen. De inboedel is bij het huwelijk van erflater en gedaagde gewaardeerd in het kader van de toen opgestelde huwelijkse voorwaarden.

Dit bedrag is nu ook opgevoerd door de executeur als waarde.

Eisers hebben aangevoerd dat zij geen overzicht hebben van de samenstelling van de inboedel en zo de waarde niet kunnen inschatten/bepalen. Ook is een keuken in de woning aanwezig van € 6.000,00 in december 2017.

Gedaagden hebben niet betwist dat geen specificatie is verschaft.

De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen. Hierbij merkt de rechtbank op dat een keuken geen inboedel is.

De executeur zal de inboedel in redelijkheid moeten waarderen en waar nodig onderbouwen.

Gedaagden hebben gesteld dat de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van erflater en gedaagde twee opeisbare vorderingen heeft op eisers wegens behouden overboekingen en onverschuldigd ontvangen bedragen.

De executeur dient inzichtelijk te maken welke bedragen dit betreft en onderbouwing hiervan te overleggen.

Voor het overige is niet gebleken van informatie die van verder belang kan zijn voor het berekenen van de legitieme porties.

De rechtbank zal geen dwangsom verbinden aan de veroordeling van de executeur om inzage te verschaffen in bovengenoemde documenten.

Uit de proceshouding van gedaagden is immers gebleken dat de executeur niet onwelwillend is haar medewerking te verstrekken.

De legitimarissen hebben geen recht om te vorderen dat de nalatenschap zal worden afgewikkeld.

Zij zijn slechts gerechtigd om hun vorderingsrecht te laten vaststellen.

Gevorderd is evenwel “medewerking aan berekening van de legitieme portie op straffe van een dwangsom”.

Onduidelijk is wat die medewerking zou moeten zijn en wanneer die niet verleend is en wanneer wel.

Voor de hand liggende discussiepunten tussen partijen over de in aanmerking te nemen posten in de berekening van de legitieme zouden dan mogelijk niet gevoerd kunnen worden door de executeur zonder een op deze wijze geredigeerd dictum te schenden en een dwangsom te verbeuren.

Dit is onwenselijk.

Eisers heeft hier ter zitting ook geen klaarheid in kunnen brengen.

Dit komt voor hun risico.

Bovendien merkt de rechtbank op dat geen vaststelling van de legitieme porties is gevorderd, zodat hieraan niet toegekomen zal worden.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.