Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over het niet nakomen van informatieverstrekking door de executeur ter berekening van de legitieme.

Moeder is in 2019 overleden.

Zij heeft bij testament van 17 november 2011 over haar nalatenschap beslist.

De moeder heeft B en haar dochter in het testament onterfd en heeft A als enig erfgenaam en executeur benoemd.

B maakt in dit geding jegens A als executeur van de nalatenschap van de moeder aanspraak op hun wettelijk erfdeel in de nalatenschap van de vader, alsmede op de legitieme in de nalatenschap van de moeder.

Erfrecht. Legitieme. Niet nakoming van informatieverstrekking door de executeur ter berekening van de legitieme. Proceskostenveroordeling of compensatie? Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank heeft met betrekking de proceskosten overwogen dat in familiezaken, daaronder begrepen zaken tussen erfgenamen, in het algemeen wordt besloten tot compensatie van de proceskosten, maar dat zich gevallen kunnen voordoen waarbij wel een proceskostenveroordeling volgt.

In deze zaak heeft de rechtbank overwogen zich aan de hand van de stellingen van partijen en de in het geding gebrachte correspondentie niet aan de indruk te kunnen onttrekken dat A, mild uitgedrukt, weinig toeschietelijk is geweest in de informatieverstrekking aan B, terwijl hij daartoe op grond van artikel 4:78 BW jegens hen als legitimarissen wel was gehouden.

Daar komt bij dat A op weinig geloofwaardige wijze een zeer summiere verklaring heeft afgelegd over de samenhang tussen de aflossingen en de pinopnamen.

Dit alles rechtvaardigt dat A in de proceskosten aan de zijde van B zal worden veroordeeld, berekend aan de hand van het geldende forfaitaire liquidatietarief volgens de rechtbank.

Het hof overweegt als volgt.

A heeft verwezen naar een uitspraak van het hof Den Haag (GHDHA:2019:1869) die gaat over de omvang van de informatieplicht van een erfgenaam jegens legitimarissen op de voet van artikel 4:78/4:67 BW.

Het hof Den Haag heeft in die zaak geoordeeld dat deze verplichting beperkt is tot het vermogen per sterfdatum en opgave van schenkingen voor zover bekend.

Zij omvat niet het verschaffen van inzicht in het vermogensverloop over jaren, aldus het gerechtshof Den Haag.

In deze zaak heeft A in eerste instantie zeer afhoudend en kort gereageerd op het verzoek van B om informatie.

Pas toen B het verzoek meerdere keren herhaald had is A met nadere stukken gekomen, een houding die niet past bij de functie van executeur.

Zelfs indien B geen inzage had gevraagd, dan nog had het op de weg van A als executeur gelegen zijn aanvankelijke stelling dat de omvang van de nalatenschap onvoldoende was om de vorderingen van B te voldoen, te onderbouwen met stukken en had hij B erop kunnen wijzen dat zij als erfgenamen informatie bij de bank konden opvragen.

A verliest bovendien uit het oog dat de rechtbank hem niet alleen in de proceskosten van de eerste aanleg heeft veroordeeld omdat hij weinig toeschietelijk is geweest in de informatieverstrekking aan B maar ook omdat A op weinig geloofwaardige wijze een zeer summiere verklaring heeft afgelegd over de samenhang tussen de aflossingen en de pinopnamen.

Dat betekent dat de rechtbank niet alleen heeft gekeken of A als executeur zich op behoorlijke wijze van zijn taak heeft gekweten, maar de beslissing over de proceskostenveroordeling tevens heeft gebaseerd op de uitkomst van de zaak conform het bepaalde in artikel 237 lid 1 Rv.

In dit artikel is bepaald dat de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld, in de kosten wordt veroordeeld.

De kosten mogen geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd tussen broers en zussen, maar de rechtbank is daartoe niet verplicht.

A heeft verzuimd bij de rechtbank uitleg te geven aan de samenhang tussen de stortingen door de maatschap en de opnamen door de moeder en heeft zelfs geen enkele poging gedaan aan te geven waaraan volgens hem de contante opnamen zouden kunnen zijn besteed.

A is in eerste aanleg volledig in het ongelijk gesteld en de rechtbank heeft hem dan ook op juiste grond veroordeeld in de kosten van de eerste aanleg.

Gelet op de inhoud en uitkomst van de zaak, is de rechtbank terecht afgeweken van het uitgangspunt dat proceskosten tussen broers en zussen gecompenseerd mogen worden.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.