Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 21 september 2021 uitspraak gedaan over recht van de legitimaris op informatie die de legitimaris nodig heeft voor de vaststelling en de berekening van de legitieme.
Waar het in deze zaak om draait is het saldo van de nalatenschap van erflaatster en de omvang van de legitimaire massa.
Appellant stelt dat hij van geïntimeerde onvoldoende informatie heeft ontvangen om de boedelbeschrijving te kunnen controleren en om de legitimaire massa te kunnen berekenen.
Erfrecht. Legitieme. Legitimaris-niet-erfgenaam kan tegenover de erfgenamen en executeur aanspraak maken op inzage in en afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie nodig heeft. Bankafschriften.
De rechter oordeelt als volgt.
Appellant heeft terecht opgemerkt dat hij, in tegenstelling tot het oordeel van de rechtbank, schuldeiser is van de nalatenschap van erflaatster.
Zijn vordering uit hoofde van zijn erfdeel in de nalatenschap van zijn vader valt onder de schulden zoals vermeld in artikel 4:7 lid 1 onder a BW.
Zijn vordering uit hoofde van de legitieme portie valt onder artikel 4:7 lid 1 onder g BW.
In zoverre slaagt zijn tweede grief.
Appellant kan als legitimaris-niet-erfgenaam tegenover de erfgenamen en de executeur aanspraak maken op inzage en afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie nodig heeft (artikel 4:78 lid 1 BW).
Geïntimeerde beroept zich er op dat artikel 4:78 BW tijdens de vereffening niet van toepassing is en appellant daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vorderingen.
Appellant zou zich volgens geïntimeerde op de voet van artikel 4:210 lid 1 BW moeten wenden tot de kantonrechter, die dan op verzoek van appellant aanwijzingen kan geven over inzage in en afschrift van alle bescheiden die voor de berekening van de legitieme nodig zijn.
Het hof stelt voorop dat uit de wet niet blijkt dat tijdens de vereffening het bepaalde in artikel 4:78 BW niet van toepassing is.
Verder volgt het hof geïntimeerde niet in haar verwijzing naar de procedure ex artikel 4:210 BW.
Uit de in 2020 aangepaste ‘Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter’ blijkt dat het niet (meer) mogelijk is dat belanghebbenden (waaronder appellant als schuldeiser) zelf aan de kantonrechter om een aanwijzing vragen.
Belanghebbenden in een nalatenschap kunnen de kantonrechter weliswaar op de hoogte stellen van feiten of omstandigheden die zouden kunnen leiden tot het geven van een aanwijzing, maar het geven van aanwijzingen is een discretionaire bevoegdheid van de kantonrechter.
Daarmee kan niet (langer) worden gezegd dat de vereffening voldoende waarborgen biedt voor schuldeisers van de nalatenschap, waaronder legitimarissen, om aan informatie te komen.
Ook overigens biedt de wet voldoende grondslagen voor de informatievordering van appellant.
Artikel 843a Rv bepaalt dat hij die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift en uittreksel van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking kan vorderen van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft.
Appellant heeft als legitimaris rechtmatig belang bij afgifte van (kopieën van) afschriften van de bankrekening van erflaatster, zoals in het hierna volgende zal worden uiteengezet.
Verder kan appellant ingevolge het bepaalde in artikel 4:223 lid 2 BW zijn vorderingsrecht bij vonnis doen vaststellen.
Om de omvang van de vordering van appellant te kunnen vaststellen is het nodig dat eerst een deel van de door hem verzochte informatie op tafel komt.
Onder de informatieplicht kan ook het overleggen van bankafschriften over de periode vóór het overlijden van de erflater vallen, bijvoorbeeld wanneer er onderbouwde vermoedens of aanwijzingen zijn dat erflaatster schenkingen heeft gedaan of gelden heeft uitgeleend.
Het hof is van oordeel dat appellant voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er aanwijzingen zijn voor eventueel door erflaatster gedane giften of ter beschikking gestelde gelden.
Appellant heeft immers uiteengezet dat erflaatster in april 2008 een extra hypotheek heeft afgesloten met een hoofdsom van € 100.000,-, dat er na verkoop van haar woning in 2011 een bedrag moet hebben geresteerd van € 132.122,-, en dat het gelet op de leeftijd en het uitgavenpatroon van erflaatster opmerkelijk is dat er op de overlijdensdatum (2017) van beide bedragen niets meer over was.
Tijdens de mondelinge behandeling is dan ook afgesproken dat, door middel van een door de advocaten op te stellen brief en via een contactpersoon van appellant bij de (toenmalige) Frieslandbank – die de juiste wegen zou weten – de bankafschriften van erflaatster over de periode 28 april 2008 (datum afsluiten extra hypotheek) tot en met 19 april 2016 (datum ondercuratelestelling erflaatster) zouden worden opgevraagd.
Dat deze afschriften alleen bij de Rabobank zouden worden opgevraagd, zoals geïntimeerde betoogt, is niet aan de orde geweest.
Daarnaast zou geïntimeerde zorgdragen voor het opvragen van de nota van afrekening van de notaris betreffende de verkoop van de woning van erflaatster.
Zoals ter zitting reeds met partijen is besproken, ziet het hof vooralsnog geen aanleiding om te gelasten dat er bankafschriften moeten worden verstrekt over een eerdere periode, zoals door appellant is gevorderd.
Appellant heeft daartoe onvoldoende aangevoerd.
Uit de na de comparitie ingediende akten is gebleken dat de bankafschriften niet zijn opgevraagd.
Hoewel appellant via zijn advocaat sinds december 2020 aan de bel heeft getrokken en ook in concept de advocatenbrief aan de bank heeft opgesteld, heeft geïntimeerde er niet aan meegewerkt er voor te zorgen dat de benodigde afschriften er nu zijn.
De belangen van appellant komen daarom in het gedrang, mede door de bewaartermijn die banken hanteren.
Het hof is dan ook van oordeel dat de door appellant verzochte machtiging dient te worden verstrekt.
Het hof zal de machtiging verstrekken op een andere wijze dan is verzocht, zodat verder geen tijd verloren gaat.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.