Het Gerechtshof Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of er een gift lag besloten in de overdracht van een woning die bij de berekening van de legitieme diende te worden meegenomen.
Het geding spits zich toe op een aantal onderdelen, te weten, de (waarde van de) woning en de peildatum daarvan, in verband met de vraag of de verkoop en overdracht van de woning door erflaatster aan appellante in 1995 en de vraag of in 2005 sprake is van een gift van erflaatster aan appellante door de afstand van het genotsrecht dat de erflaatster ten aanzien van de woning had voorbehouden
De kern van de zaak met betrekking tot de woning is de vraag of de eigendomsoverdracht aan appellante als gift moet worden beschouwd.
Indien dat het geval is, zal de waarde van de woning bij de vaststelling van de legitimaire massa moeten worden meegeteld.
Appellante stelt dat er geen sprake is van een schenking of gift, zodat de waarde van de woning niet moet worden meegenomen in de berekening van de legitimaire massa.
De legitimaire massa is (ten minste) € 156.162,- negatief.
Geïntimeerde’ s legitieme portie is derhalve nihil.
Appellante stelt daartoe dat erflaatster geen bevoordelingsbedoeling heeft gehad bij de verkoop van de woning aan appellante in 1995, nu zij de woning heeft verkocht voor een reële prijs en de koopsom door appellante moet worden afbetaald.
Bij erflaatster is geen bevoordelingsbedoeling aanwezig geweest omdat zij de woning, afgaande op de haar bekende informatie, voor een reële prijs heeft verkocht.
De koopprijs van de woning sluit aan bij de taxatie uit 1993 en de WOZ-uitspraak van het gerechtshof Den Haag uit 1995.
Het recht van gebruik en bewoning drukt de waarde van de woning.
De woning had achterstallig onderhoud.
Appellante heeft de lasten van de woning betaald en heeft ook op zijn kosten onderhoudswerkzaamheden laten verrichten, zowel in de periode voor de verkoop van de woning aan hem als nadien.
Hij legt een overzicht van door hem betaalde kosten over, brieven van erflaatster en een overeenkomst tussen erflaatster en appellante van 18 juli 1995, die volgens dit document te lezen is als appendix bij de koopakte van de woning.
Deze overeenkomst betreft een cumulatieve afboeking van nog openstaande posten ten bedrage van fl. 289.575,- zodat na verrekening met de koopsom van fl. 479.500,- een bedrag resteert van fl. 189.925,-.
Deze overeenkomst is ondertekend door appellante en voor akkoord getekend door erflaatster.
Er was in 1995 geen verrijking van appellante en geen verarming van erflaatster.
Appellante stelt dat evenmin in 2005 sprake was van een verrijking van appellante, toen erflaatster afstand deed van het recht van gebruik en bewoning van de woning.
Dit recht vertegenwoordigde op dat moment geen waarde meer, nu het feitelijk niet werd geëffectueerd en was vervangen door het recht van gebruik en bewoning van het appartement, dat appellante in 2003 heeft gekocht.
Ook was in 2005 om voormelde reden geen sprake van een verarming van erflaatster.
Nu geïntimeerde stelt dat er sprake is van een schijnconstructie met betrekking tot de woning moet zij feiten en omstandigheden stellen die daarop duiden en ligt de bewijslast bij haar.
Het door geïntimeerde opgenomen gesprek van erflaatster bij de notaris onderbouwt niets ten aanzien van de bevoordelingsbedoeling en is in tegenspraak met de door haar gedane aangifte bij de politie.
Geïntimeerde stelt dat sprake is van een samenstel van rechtshandelingen van de verkoop van de woning tegen een te lage prijs, de omzetting van de koopprijs in een lening zonder rente en zonder aflossing en vervolgens de zogenaamde verrekening tegen niet-bestaande schulden.
Zij stelt dat de bewering van appellante dat sprake is van wederkerige overeenkomsten ongeloofwaardig is.
Zij voert daartoe aan dat de overeenkomst van erflaatster met appellante waarbij gemaakte kosten worden verrekend met de koopprijs in tegenspraak is met hetgeen in de akte van levering staat vermeld, te weten dat niet mocht worden verrekend.
Ook zijn betalingen niet door appellante zelf, maar door zijn BV verricht.
Het onderhoud van de woning werd volgens geïntimeerde niet door appellante, maar door de partner van erflaatster gepleegd.
De enorme vordering van appellante op grond van gepleegd onderhoud aan de woning wordt door hem gecombineerd met de bewering dat de koopprijs van de woning zo laag was juist vanwege het ontbreken van onderhoud.
Door afstand te doen van het recht van gebruik en bewoning van de woning in 2005 is erflaatster verarmd.
Bovendien moest zij hypotheekrente gaan betalen – het hof begrijpt: na de aankoop, terwijl de woning eerder hypotheekvrij was.
Zij beroept zich voor haar stelling dat sprake is van een bevoordelingsbedoeling bij de verkoop van de woning aan appellante op het door haar opgenomen gesprek van erflaatster met de notaris van 16 augustus 2008, waarbij geïntimeerde aanwezig was.
Erflaatster heeft volgens geïntimeerde in dat gesprek zelf aangegeven dat ten aanzien van de woning sprake was van een gift.
Erfrecht. Legitieme. Gift. Overdracht van woning tegen marktconforme waarde? Afstand van recht. Gebruik en bewoning. Bevoordelingsbedoeling. samenstel van rechtshandelingen. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Het hof stelt het volgende voorop.
De handelwijze van appellante en erflaatster jegens geïntimeerde is erg ongelukkig te noemen.
Appellante en erflaatster hebben gehandeld zonder geïntimeerde te informeren over alle transacties tussen appellante en erflaatster.
Juridisch gezien stond het erflaatster en appellante vrij om geïntimeerde al dan niet te informeren.
Door de schimmige handelwijze van erflaatster en appellante hebben zij echter een latente conflictsituatie geschapen die uiteindelijk een bron is geworden voor een langdurige procedure tussen appellante en geïntimeerde.
Erflaatster bewoonde een kostbare woning in Rotterdam.
Door het feitelijk handelen van erflaatster en appellante is het vermogen van erflaatster materieel verschoven naar appellante.
Appellante is nu eigenaar van de voormalige kostbare woning van erflaatster en geïntimeerde staat als legitimaris in beginsel met lege handen.
Het hof zal de feiten beoordelen binnen het juridisch kader.
Volgens artikel 4:65 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt de legitieme portie berekend over de waarde van de goederen der nalatenschap, welke waarde wordt vermeerderd met de bij deze berekening in aanmerking te nemen giften en verminderd met de schulden vermeld in artikel 7 lid 1 onder a tot en met c en f BW.
Met de legitieme heeft de wetgever beoogd een deel van de nalatenschap aan de kinderen te laten toekomen.
Als een erflater en een erfgenaam bewust handelingen verrichten met als gevolg dat de rechten van de legitimaris worden aangetast is een dergelijk handelen in beginsel in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid die zij jegens de legitimaris in acht dienen te nemen.
Nu geïntimeerde geen erfgenaam is, maar wel een beroep doet op de legitieme portie moet worden beoordeeld of de verkoop van de woning door erflaatster aan appellante ten tijde van de levering in 1995 is aan te merken als een gift, dan wel dat pas sprake is van een gift in 2005 bij de afstand van het recht van gebruik en bewoning door erflaatster.
De verkoop van de woning in 1995 een gift?
Naar het oordeel van het hof kan de verkoop van de woning in 1995 door erflaatster aan appellante niet aangemerkt worden als een gift.
Erflaatster en appellante zijn, volgens onweersproken stelling van appellante, bij de bepaling van de koopprijs uitgegaan van de taxatie van 30 december 1993 en van de bepaling door het hof Den Haag van de waarde in het economisch verkeer van de woning per peildatum 1 januari 1990.
Geïntimeerde heeft geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan partijen destijds deze waardebepalingen niet als uitgangspunt hadden mogen nemen.
Daarbij neemt het hof nog in aanmerking dat de taxateur op 30 december 1993 de onderhandse verkoopwaarde bij lege en ontruimde levering aan een willekeurige derde heeft gesteld op fl. 590.000,-, terwijl erflaatster het recht van gebruik en bewoning kreeg.
De taxateur heeft in diens taxatie de waarde van de woning in verhuurde staat berekend op fl. 410.000,-.
Dat de koopprijs bestond uit een renteloze lening aan appellante zonder aflossingsverplichting is onvoldoende om van een schijnconstructie en – daarmee – een gift uit te gaan.
Immers, voor zover deze lening niet is afgelost, had erflaatster een vordering op appellante.
Het opgenomen gesprek bij de notaris op 16 januari 2008 brengt het hof niet tot een ander oordeel.
Het hof slaat in dit verband acht op het – aanzienlijke – tijdsverloop tussen de levering van de woning en deze verklaring.
Bovendien is de verklaring die erflaatster bij de notaris heeft afgelegd in tegenspraak met de verklaring die zij ten aanzien van de woning heeft afgelegd tegenover de politie Rotterdam-Rijnmond, zoals blijkt uit het proces-verbaal van aangifte van 20 mei 2008.
De afstand van het recht van gebruik en bewoning in 2005 een gift?
De koop/verkoop tussen erflaatster en appellante heeft plaatsgevonden onder het voorbehoud van het recht van gebruik en bewoning door erflaatster.
Vanaf de datum van de overdracht tot aan de datum dat erflaatster de woning heeft verlaten heeft zij het genot van de woning gehad.
Door het vertrek uit de woning had het recht van gebruik en bewoning voor de erflaatster economisch in beginsel geen waarde meer omdat zij op grond van artikel 3:226 lid 4 BW niet bevoegd is om dit recht te vervreemden of de woning door een ander te laten gebruiken en/of bewonen (zie ook hetgeen is bepaald in de leveringsakte).
Dit betekent dat de afstand van het genotsrecht in beginsel niet heeft geleid tot een schenking omdat zij hierdoor niet is verarmd.
In de memorie van antwoord stelt geïntimeerde : “ De verarming van moeder is evident. Immers door afstand te doen van het recht van gebruik en bewoning, raakte zij het recht kwijt om een groot en kostbaar huis te bewonen.”
In de memorie van antwoord stelt geïntimeerde : “Het recht van gebruik en bewoning is ook niet voortgezet op de andere woning, want dit recht is niet gevestigd op de andere woning.
Erflaatster betwist dat er in goed overleg vervangende woonruimte zou zijn gevonden.
Uit de feiten blijkt dat moeder helemaal niet wilde verhuizen, maar dat appellante haar hiertoe heeft bewogen.”
In de memorie van antwoord stelt appellante : “Partijen hadden destijds niet voorzien wat er zou gebeuren indien moeder dat recht van gebruik en bewoning niet langer kon effectueren en hadden gaandeweg een nieuwe overeenkomst gesloten doordat appellante een woning ten gebruiken van moeder heeft aangeschaft waarin zijn nog wel gelet op haar medische conditie nog kon wonen, die zo dicht mogelijk de andere woning benaderde en de zelfde voorwaarden van toepassing zouden zijn.”
Op basis van hetgeen partijen hebben gesteld kan het hof niet vaststellen wat de beweegredenen voor erflaatster zijn geweest om de woning te verlaten en haar intrek te nemen in het appartement dat door appellante is aangekocht.
Feitelijk heeft erflaatster de woning verlaten en heeft zij haar intrek genomen in het appartement wat door appellante is aangekocht.
Uit de bewoordingen van appellante leidt het hof af dat erflaatster als het ware het recht van gebruik en bewoning heeft voortgezet, zij het in een andere woning.
Afgezien van de vraag of erflaatster door de afstand van het genotsrecht economisch is verarmd, kan het hof niet vaststellen of de erflaatster door de afstand ook gewild heeft om [appellante] te bevoordelen.
Gezien de feitelijke gang van zaken is het hof van oordeel dat geen sprake is van een gift.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.