Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 6 april 2021 uitspraak gedaan over de plicht tot het verstrekken van informatie betreffende giften en de vaststelling van de legitieme.

Erflater en erflaatster zijn de ouders van de appellant en geïntimeerde. Zij hebben verder nog twee zussen.

Erflater en erflaatster hebben beiden laatstelijk bij testamenten van 3 maart 2008 in hun uiterste wil voorzien.

In deze testamenten hebben zij beiden geïntimeerde en zijn afstammelingen uitdrukkelijk uitgesloten als erfgenaam.

Zij hebben elkaar en hun drie andere kinderen als erfgenaam, ieder voor een gelijk deel, benoemd, de wettelijke verdeling (afdeling 4.3.1 BW) op hun nalatenschap van toepassing verklaard en bepaald dat de langstlevende echtgenoot met de overige erfgenamen in overeenstemming met artikel 4:13 lid 4 BW een andere rente dan de wettelijke rente kan overeenkomen, welke rente verschuldigd is vanaf datum overlijden.

Erflaatster, appellant en de twee zussen waren de erfgenamen van erflater.

Vanwege de van toepassing zijnde wettelijke verdeling verkregen appellant en zijn twee zussen een vordering op erflaatster.

Op 15 oktober 2012 heeft erflaatster met de andere erfgenamen van erflater een renteovereenkomst gesloten.

Daarin is overeengekomen dat erflaatster op de erfdelen van appellant en zijn twee zussen een samengestelde rente is verschuldigd van 6% per jaar vanaf 23 april 2012.

Na het overlijden van erflaatster zijn appellant en zijn twee zussen haar erfgenamen.

Appellant is in het testament van erflaatster tot executeur benoemd en hij heeft deze benoeming aanvaard.

Op 22 maart 2016 heeft geïntimeerde tijdens een bespreking met de notaris een beroep gedaan op zijn legitieme portie in de nalatenschap van erflater en erflaatster.

Erfrecht. Legitieme. Informatieplicht. Verstrekken van informatie betreffende mogelijk gedane giften. Boedelbeschrijving.

De rechter oordeelt als volgt.

Vooropgesteld wordt dat de informatieplicht van artikel 4:78 BW van erfgenamen en met het beheer van de nalatenschap belaste executeurs aan een legitimaris die niet erfgenaam is, een ruime is.

Dit artikel moet mede worden gelezen in samenhang met artikel 4:67 BW.

Geïntimeerde moet als legitimaris over zodanige informatie beschikken dat hij zijn legitimaire aanspraken kan berekenen, waaronder informatie betreffende giften.

In dit geval rust de informatieplicht op de executeur.

Vast staat dat de executeur aan geïntimeerde over een lange periode voorafgaande aan het overlijden van erflaters overzichten van banksaldi, bankafschriften, belastingaangiftes en -aanslagen heeft verstrekt.

Naar het oordeel van het hof kan de aan geïntimeerde verstrekte informatie feitelijk als een boedelbeschrijving worden aangemerkt.

Op grond van deze informatie kan immers het saldo van de nalatenschap ten tijde van het overlijden van erflaters worden vastgesteld en daarmee ook de legitimaire aanspraken van geïntimeerde.

Geïntimeerde heeft vervolgens uit de hem verstrekte stukken afgeleid dat sprake is geweest van twee schenkingen aan een van zijn zussen.

De executeur heeft betwist dat sprake is geweest van schenkingen en daartoe aangevoerd dat erflaters hun erfgenamen gelijk wilden behandelen en dat om die reden niet voor de hand ligt dat zij (bij herhaling) maar aan één van de erfgenamen hebben geschonken.

Voor zover geïntimeerde thans stelt dat er nog meer schenkingen moeten zijn, gaat het hof aan deze stelling als louter speculatief voorbij.

Daarbij acht het hof van belang dat uit de vele bankafschriften van andere dan genoemde twee gestelde schenkingen niet is gebleken.

De conclusie is dat de executeur door het verstrekken van de hiervoor genoemde informatie aan geïntimeerde ruimschoots heeft voldaan aan de informatieplicht van artikel 4:78 BW.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat er in wezen al een boedelbeschrijving aan geïntimeerde is verstrekt.

Geïntimeerde heeft evenwel in hoger beroep niet alleen het overleggen van een boedelbeschrijving gevorderd, maar daaraan toegevoegd dat het een boedelbeschrijving moet zijn waaruit de omvang van de nalatenschap van erflaatster onomstotelijk blijkt.

Nog daargelaten dat deze toevoeging niet is toegelicht, is het naar het oordeel van het hof vrijwel onmogelijk daaraan te voldoen en zal een veroordeling daarom moeilijk te executeren zijn, en ook ontbreekt hiervoor een wettelijk grondslag.

Dit betekent dat deze vordering wordt afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.