De Hoge Raad heeft op 1 april 2022 uitspraak gedaan over de vraag of de legitimaris als schuldeiser van de nalatenschap de executeur dient aan te spreken voor zijn vordering uit de legitieme.
Verweerders zijn de drie kinderen van de erflater.
Eiser is de echtgenoot van verweerster 2.
Erflater was veehouder, aanvankelijk alleen en sinds 1986 in een maatschap met verweerder 1.
Erflater is in 1997 uit de maatschap getreden.
Erflater heeft in 2011 bij testament over zijn nalatenschap beschikt.
Hij heeft daarbij verweerster 3 benoemd tot afwikkelingsbewindvoerder en executeur.
Verweerder 1 vordert in conventie, voor zover in cassatie van belang, jegens eiser als executeur betaling van de legitieme portie.
Erfrecht. Legitieme. Executeur. De legitimaris dient als schuldeiser van de nalatenschap de executeur aan te spreken voor de vordering uit de legitieme. Privatieve bevoegdheid van de executeur.
De Hoge Raad oordeelt als volgt.
Vast staat dat erflater bij zijn hiervoor geciteerde testament verweerder 1 heeft onterfd.
Daarom is verweerder geen erfgenaam van erflater (art. 4:1 lid 2 BW).
Wel is verweerder 1 legitimaris (art. 4:63 lid 2 BW).
Art. 4:80 BW houdt in dat de legitimaris die aanspraak op de legitieme portie maakt, ter zake daarvan een vordering heeft op de gezamenlijke erfgenamen.
De schuld ter zake van een legitieme portie waarop krachtens art. 4:80 BW aanspraak wordt gemaakt, is een schuld van de nalatenschap (art. 4:7 lid 1, onder g, BW).
Op grond van art. 4:144 lid 1 BW heeft de executeur tot taak de schulden van de nalatenschap te voldoen.
De executeur vertegenwoordigt gedurende zijn beheer bij de vervulling van zijn taak de gezamenlijke erfgenamen in en buiten rechte (art. 4:145 lid 2 BW).
De executeur treedt daarbij op als privatief vertegenwoordiger van de erfgenamen.
Dat betekent dat de erfgenamen niet zelf als zodanig voor de nalatenschap kunnen optreden.
In het vermelde testament is overeenkomstig art. 4:145 lid 2 BW bepaald dat de executeur bij de vervulling van zijn taak de gezamenlijke erfgenamen in en buiten rechte vertegenwoordigt.
Aangezien de executeur tot taak heeft de schulden van de nalatenschap te voldoen, heeft verweerder 1 terecht eiser aangesproken tot voldoening van de legitieme portie.
Verweerster 2 en verweerster 3 worden als erfgenamen in dit geding vertegenwoordigd door eiser als executeur.
Eiser is daarom niet ontvankelijk in zijn cassatieberoep voor zover dit is gericht tegen verweerster 2 en verweerster 3.
Onderdeel van het middel klaagt dat het hof ambtshalve op grond van art. 118 Rv de gelegenheid had moeten bieden om verweerster 2 en verweerster 3 in het geding te betrekken, omdat sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding.
De klacht faalt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.