De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 14 april 2021 uitspraak gedaan over de vraag of een beroep op de legitieme tijdig was gedaan.

Deze zaak heeft betrekking op de nalatenschap van gedaagde (erflaatster), die op 10 oktober 2008 is overleden.

Erflaatster heeft bij testament over haar nalatenschap beschikt.

Erflaatster heeft A tot haar enige erfgenaam benoemd en zij heeft B en haar dochter C onterfd.

Erfrecht. Legitieme. Beroep op legitieme portie. Beschermingsbewind. Aanspraak op de legitieme. Is de verklaring tot het inroepen van de legitieme tijdig gedaan?

De rechter oordeelt als volgt.

Deze zaak draait om de legitieme portie van B in de nalatenschap van zijn moeder.

B heeft als legitimaris een vordering in geld op de gezamenlijke erfgenamen verkregen, maar de mogelijkheid om daar aanspraak op te maken vervalt wanneer zijn wettelijke vertegenwoordiger niet uiterlijk vijf jaren na het overlijden van erflaatster heeft verklaard dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen (artikel 4:85 BW).

Erflaatster is op 10 oktober 2008 overleden, zodat de verklaring uiterlijk op 10 oktober 2013 moet zijn gedaan.

Eiseres verwijst naar een beschikking van 8 november 2010 waarin de rechtbank het verzoek van gedaagde om namens B te mogen berusten in de onterving, heeft afgewezen.

Vanaf dat moment heeft gedaagde, als toenmalige beschermingsbewindvoerder van B, zich van zijn taak gekweten door een beroep op de legitieme te doen.

Dat moest hij formeel bij zichzelf doen, omdat hij ook de (testamentaire) bewindvoerder over de nalatenschap was, aldus nog steeds eiseres.

De rechtbank kan eiseres hier niet in volgen.

De verklaring dat B zijn legitieme portie wenst te ontvangen, kon alleen worden gericht aan A, die toen zelf nog niet onder beschermingsbewind stond.

Het testamentaire bewind dat erflaatster in het leven heeft geroepen, heeft alleen betrekking op de aan A nagelaten of vermaakte goederen.

Dát bewind geeft gedaagde geen bevoegdheden in het kader van de vereffening van de nalatenschap van erflaatster, zoals het in ontvangst nemen van een verklaring van een legitimaris.

Gedaagde is bovendien niet (tevens) tot executeur in die nalatenschap benoemd.

Dat gedaagde op of na 8 november 2010 een verklaring aan A heeft gedaan, is gesteld noch gebleken.

Eiseres verwijst verder naar een e-mail van 26 juni 2015 aan eiseres waarin staat “Van de notaris kreeg ik het verzoek om contact met u op te nemen m.b.t. de legitieme portie van mijn broer (…). Het lijkt ons daarom ook verstandig om afspraken te maken over hoe de legitieme portie betaald gaat worden.

De rechtbank constateert dat de e-mail dateert van ruim na de vijfjaarstermijn en dat uit de inhoud daarvan niet valt op te maken wanneer A de verklaring heeft ontvangen dat B aanspraak maakt op zijn legitieme portie.

Eiseres verwijst tot slot naar een beschikking van 5 februari 2016, waarin de rechtbank aan de eiseres als opvolgend bewindvoerder machtiging heeft verleend voor het vaststellen van de legitieme portie conform de aangehechte bijlage.

De rechtbank constateert dat het óók hier stukken van na de vijfjaarstermijn betreft, waaruit over het moment van het doen van de verklaring niets valt op te maken.

De slotsom is dat niet is komen vast te staan dat de verklaring omtrent de legitieme portie tijdig is uitgebracht, zodat de aanspraak van B daarop is komen te vervallen.

De vordering tot betaling van het daarmee gemoeid zijnde bedrag van € 115.000,00 zal daarom worden afgewezen, voor zover deze zich tegen gedaagde richt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.