Partijen zijn broers en zus. Zij zijn allen erfgenaam in de nalatenschap van moeder en vader. Eén van hen beroept zich vier jaar na het overlijden van vader jegens de gezamenlijke erfgenamen op zijn legitieme portie in de nalatenschap van vader. Hij vordert van de anderen informatie om zijn legitieme portie te kunnen berekenen.

De rechtbank oordeelde dat de betreffende erfgenaam reeds zuiver had aanvaard en dat hij geen belang meer had bij informatie over zijn legitieme portie, omdat hij niet tijdig een beroep op zijn legitieme portie heeft gedaan. De zuivere aanvaarding was gebaseerd op het feit dat de betreffende erfgenaam, tijdens een bijeenkomst in 2007, reeds een bedrag van € 2.500,00 uit de nalatenschap had geaccepteerd. Als verweer wordt aangevoerd dat er geen rekening mee hoefde te worden gehouden dat de uitbetaling van een dergelijk klein bedrag aangemerkt zou worden als een verdelingshandeling. De betreffende erfgenaam vindt dat in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

Het gaat dus om de vraag of er sprake is van stilzwijgende zuivere aanvaarding. Daarvoor is nodig dat de erfgenaam zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als erfgenaam gedraagt.  Daden van beheer leveren geen zuivere aanvaarding op. Wel zuivere aanvaarding wanneer er als “heer en meester” wordt beschikt.

Allereerst vindt het Hof de omvang van de nalatenschap van belang. Het saldo bedraagt bij benadering € 45.000,00. Van belang is verder de gang van zaken tijdens de bijeenkomst waarin de enveloppen met € 2.500,00 zijn uitgedeeld. Degene die de enveloppen heeft uitgedeeld heeft dat gedaan met mededeling “ dit is het laatste; de begrafenis is betaald en dit is er over”, de rekeningen zijn betaald, het geld van de bankrekeningen is gehaald en dit is het restant. Alle partijen, behalve één (degene die zich op zijn legitieme beroept) hebben verklaard dat er in de enveloppen ongeveer € 2.500 à € 2.600 zat en dat na het uitdelen van de enveloppen voor iedereen de zaak gesloten was omdat de erfenis van vader hiermee verdeeld was.

Het Hof is van oordeel dat het tijdens de bijeenkomst van partijen omstreeks mei 2007 voor alle aanwezigen duidelijk moet zijn geweest dat de enveloppen met geld die aan alle aanwezigen werden uitgedeeld, betrekking hadden op de nalatenschap en op de verdeling daarvan.
Door zijn enveloppe zonder voorbehoud te aanvaarden en het geld te houden heeft appellant zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedragen.
Mede van belang in dit verband is dat appellant in de jaren ná de bijeenkomst van omstreeks mei 2007 (tot aan zijn brief van 21 december 2011) niet is teruggekomen op de gang van zaken tijdens de bijeenkomst omstreeks mei 2007.

het hof is van mening dat er zuiver is aanvaard op basis van gedragingen en dat de erfgenamen er rechtvaardig op mochten vertrouwen dat met het uitdelen van de enveloppen in 2007 en met het zonder voorbehoud aanvaarden en behouden daarvan, de nalatenschap is verdeeld. Nu er al is verdeeld kan er geen beroep meer worden gedan op de legitieme portie.

Lees hier de hele uitspraak.

Als u twijfelt tussen aanvaarding of een beroep op de legitieme portie neemt u dan vooral tijdig contact op met één van onze erfrecht advocaten Toon Kool of Maddie Wisman.