Moeder is overleden en er zijn vier kinderen, allen zijn erfgenaam. Alle kinderen hebben 25% van de nalatenschap ontvangen, te weten € 27.934,00.

Moeder heeft bij leven nog diverse schenkingen aan haar kleinkinderen gedaan, voor een totaalbedrag van € 18.000,00. Eén van de kinderen, dochter A, vindt dat het bedrag van € 18.000,00 moet worden ingebracht.

De rechtbank wijst af met een verwijzing naar art. 4:67 sub d BW: de kleinkinderen zijn legitimaris en dus zouden deze schenkingen niet meetellen voor de legitieme portie. Het Hof oordeelt -terecht- dat de betreffende schenkingen wel meetellen voor de legitieme portie, op grond van art. 4:67 sub e BW.

Maar dan ………..

oordeelt het Gerechtshof Den Bosch op  18 april 2017 als volgt. De nalatenschap bedroeg € 111.736,00. Vermeerderd met de giften aan de kleinkinderen bedraagt de legitimaire massa € 111.736,00 plus € 18.000,00 = € 129.736,00. De legitieme portie voor dochter A is de helft van 25% daarvan = € 16.217,00.

Op grond van artikel 4:71 BW komt op de legitieme portie in mindering de waarde van al hetgeen de legitimaris krachtens erfrecht verkrijgt, in dit geval dus € 27.934,00 is. De legitieme portie is derhalve € 16.217,00 min € 27.934,00 = € 11.717,00 negatief. Dat betekent dat dochter A nergens meer recht op heeft. De vordering wordt afgewezen.

Het lijkt er op dat dochter A zich niet goed heeft gerealiseerd wat een beroep op de legitieme portie inhoudt. Het is verstandig om u eerst goed te laten adviseren alvorens u een beroep doet op de legitieme portie. U kunt daarvoor terecht bij onze advocaat erfrecht. In dit geval was het, op grond van de informatie en bedragen als weergegeven in het arrest, evident dat er voor dochter A weinig was te winnen met een beroep op de legitieme portie.

Klik hier voor de hele uitspraak.