Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 9 juli 2019 uitspraak gedaan over de aanspraak van de legitimaris jegens de erfgenamen. Was sprake van een daad van zuivere aanvaarding van een van de erfgenamen?

Het gaat in deze procedure om de aanspraak van de legitimaris op haar legitieme portie jegens de drie erfgenamen van erflater.

Daartoe vordert de advocaat van de legitimaris een veroordeling van de erfgenamen tot het verstrekken van alle bankafschriften van erflater vanaf de datum van zijn overlijden en overige inlichtingen te verstrekken die de legitimaris voor de berekening van haar legitieme portie nodig heeft (boedelbeschrijving, lijst van schulden, opgave van giften en polissen die tot uitkering zijn gekomen en de vaststelling van haar legitieme vordering

De erfgenamen hebben de vorderingen van de legitimaris bestreden.

Beroep op legitieme. Daad van zuivere aanvaarding? Taken van de executeur.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechter zal allereerst ingaan op over het zuiver aanvaarden van de nalatenschap door de derde erfgenaam.

In het tussenvonnis heeft de rechter geconcludeerd dar de derde erfgenaam door de verkoop van de auto van erflater op 29 juli 2010, voorafgaande aan de akte van beneficiaire aanvaarding op 3 augustus 2010, de nalatenschap zuiver heeft aanvaard.

Dat de erfgenaam de auto in zijn hoedanigheid van executeur zou hebben verkocht, achtte de rechter niet onderbouwd. Volgens de erfgenamen heeft de derde erfgenaam de testamentaire benoeming tot executeur aanvaard door met de werkzaamheden te beginnen, waaronder de verkoop van de auto met het oog op het voldoen van schulden van de nalatenschap. Zij voeren hierbij aan dat de aanvaarding van de benoeming tot executeur vormvrij kan geschieden.

De rechter overweegt hierover het volgende.

De enige handeling waaruit de zuivere aanvaarding van de nalatenschap zou kunnen worden afgeleid, is de verkoop van de auto.

Van enige andere handeling of verklaring is in dit verband niet gebleken.

Wanneer de erfgenaam de auto heeft verkocht in zijn hoedanigheid van executeur en niet in die van erfgenaam, kan uit deze handeling niet worden afgeleid dat hij de nalatenschap zuiver heeft aanvaard.

Naar het oordeel van de rechter hebben de overige erfgenamen voldoende aannemelijk gemaakt dat dit het geval is geweest.

Zij hebben daartoe in hoger beroep aangevoerd dat de derde erfgenaam, bij testament benoemd tot executeur, die benoeming heeft aanvaard door dienovereenkomstig te handelen tot het moment waarop de nalatenschap door de erfgenamen beneficiair werd aanvaard.

Op grond van artikel 4:190 lid 4 BW werkt de beneficiaire aanvaarding op 3 augustus 2010 terug tot het moment van openvallen van de nalatenschap op 21 juni 2010, zodat de taak van de executeur vanwege de vereffening van de nalatenschap door de erfgenamen alsnog op dat moment eindigt.

Op het moment van de verkoop van de auto fungeerde de derde erfgenaam als executeur ten behoeve van de nalatenschap, maar ten tijde van het opmaken van de verklaring van erfrecht was daar door de beneficiaire aanvaarding door de erfgenamen geen sprake meer van.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, over het berekenen van de legitieme of over zuivere en beneficiaire aanvaarding, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.