Het Gerechtshof Amsterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de informatieplicht van een vereffenaar met betrekking tot de legitieme portie.
Artikel 4:203 BW bepaalt dat de rechtbank op verzoek van een belanghebbende een vereffenaar kan benoemen, onder meer wanneer hij die met het beheer van de nalatenschap is belast in ernstige mate in de vervulling van zijn verplichtingen tekortschiet of daartoe ongeschikt is.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat verzoeksters als belanghebbenden moeten worden aangemerkt, aangezien zij – aanvankelijk vanwege het hen toegekende legaat en later als legitimaris – schuldeiser zijn van de nalatenschap van de erflaatster.
Hun verzoeken zijn gericht tegen verweerster als erfgenaam en vereffenaar in de nalatenschap van de erflaatster.
Erfrecht. Vereffening na beneficiaire aanvaarding. Informatie over de legitieme. Informatieplicht van de vereffenaar. Reikwijdte van de informatieplicht. Opgave van giften.
De rechter oordeelt als volgt.
Met hun grief betogen zij dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat van een ernstig tekortschieten door verweerster in de vervulling van haar taken als vereffenaar geen sprake is.
Zij lichten deze grief als volgt toe.
Op 26 februari 2019 hebben verzoeksters de hen bij testament toegekende legaten verworpen en een beroep gedaan op hun legitieme portie.
Als legitimarissen hebben zij op grond van artikel 4:78 BW recht op alle informatie die noodzakelijk is voor de berekening van de omvang van de legitieme portie.
Verweerster diende deze informatie, waar verzoeksters al sinds 15 januari 2018 om vragen, in eerste instantie als executeur en later als vereffenaar te verschaffen.
Dit heeft zij ondanks herhaalde verzoeken niet gedaan.
Een boedelbeschrijving is pas laat en ondeugdelijk, want niet compleet en onjuist, opgesteld.
Tevens doet verweerster geen opgave van de aan haar gedane giften, terwijl zij daartoe wel is verplicht en dit van belang is voor de berekening van de legitimaire massa.
Ook heeft verweerster geen inzage willen geven in de verschillende bankrekeningen van de erflaatster, de aangiftes Inkomstenbelasting vanaf 1994 en heeft zij kort na het overlijden van de erflaatster de woning van de erflaatster laten ontruimen.
Onderdeel van de inboedel waren onder meer een daags voor het overlijden van de erflaatster aangeschafte wasmachine en schilderijen die ieder een aanzienlijke waarde vertegenwoordigden.
Ook de waarde van de inboedel dient te worden meegenomen in de berekening van de legitimaire massa, evenals de waarde van de auto van de erflaatster.
Over deze auto heeft verweerster evenmin informatie willen verstrekken.
Voorts weigert verweerster ook overigens inlichtingen aan verzoeksters te verstrekken over de omvang van de nalatenschap.
Volgens verzoeksters schiet verweerster aldus in ernstige mate tekort in haar taakvervulling als vereffenaar.
Van belang is verder de omstandigheid dat verweerster als erfgenaam en vereffenaar bij de nalatenschap is betrokken en dat zij in haar hoedanigheid van erfgenaam, zoals verzoeksters onweersproken hebben gesteld, een aan haar zussen tegengesteld belang heeft.
Verweerster is erbij gebaat wanneer de omvang van de legitieme portie van verzoeksters beperkt blijft en zij heeft als vereffenaar dit belang laten prevaleren.
Als onvoldoende weersproken is komen vast te staan dat verweerster, ondanks herhaalde verzoeken, niet bereid is geweest informatie aan verzoeksters te verstrekken, dan wel dat zij de verzochte informatie eerst na geruime tijd (al dan niet ten dele) aan hen heeft gegeven.
Dit terwijl voor haar kenbaar is, althans moet zijn, dat verzoeksters als legitimaris belang hebben bij de verzochte informatie teneinde hun legitieme portie vast te kunnen stellen.
Op grond van het bepaalde in art. 4:78 BW kunnen verzoeksters tegenover verweerster als erfgenaam aanspraak maken op inzage in en een afschrift van alle bescheiden die zij voor de berekening van hun legitieme portie behoeven (zoals een opgave van alle door de erflaatster gedane schenkingen en kopieën van de afschriften van alle bankrekeningen van de erflaatster waaruit het saldo op de datum van haar overlijden blijkt) en dient verweerster desverlangd alle daartoe strekkende inlichtingen te verschaffen.
Verweerster verstrekt de verzochte informatie evenwel niet, zich daarbij op haar hoedanigheid van vereffenaar beroepend en stellende dat het bepaalde in artikel 4:78 BW niet van toepassing is als de nalatenschap beneficiair is aanvaard.
Aldus blijkt niet alleen de vrees van verzoeksters dat verweerster zich door haar belangen als erfgenaam laat leiden zonder grond, ook miskent verweerster daarmee dat zij ook als vereffenaar een verantwoordelijkheid jegens verzoeksters als legitimarissen heeft.
Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden tezamen, is het hof van oordeel dat verweerster in ernstige mate tekort is geschoten in haar taakvervulling als vereffenaar en ongeschikt is om de taak van vereffenaar naar behoren uit te voeren.
Het verzoek van verzoeksters een vereffenaar te benoemen zal dan ook worden toegewezen.
Deze vereffenaar treedt in de plaats van verweerster.
In het licht van het voorgaande dient verweerster aan verzoekers in ieder geval een afschrift (kopie) te verschaffen van:
– de belastingaangiften en -aanslagen IB van erflaatster over de jaren 1994 tot en met 2017;
– de bankafschriften van de hiervoor genoemde Rabobankrekeningen (en/of betaalrekening), spaarrekening over de jaren 2011 tot en met 4 januari 2018, dan wel tot en met het moment van opheffing van deze bankrekeningen, waarbij zoals gezegd heeft te gelden dat verzoekers reeds beschikken over de bankafschriften van de rekening van 7 september 2011 tot 9 januari 2016;
– de bankafschriften van de hiervoor genoemde bankrekeningen van erflaatster vanaf 2009 tot en met 4 januari 2018, voor zover dit nog niet is gebeurd;
– de bankafschriften van de betaalrekening over de jaren 2011 (althans vanaf aanvang af indien op latere datum geopend) tot en met 4 januari 2018;
– een opgave van de waarde van de inboedel van de woning van erflaatster;
– een opgave van alle giften aan verweerster gedaan en van alle leningen door erflaatster aan verweerster verstrekt;
– informatie over de koopsom, althans verkoopopbrengst van de woning van erflaatster.
Met betrekking tot de verzochte belastingaangifte en -aanslag erfbelasting geldt dat vaststaat dat deze aangifte nog niet is gedaan, zodat deze stukken niet kunnen worden verstrekt.
Ditzelfde geldt voor de verzochte gegevens over de waarde van de auto, omdat onduidelijk is of de auto tot de nalatenschap behoort.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.