Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 6 april 2021uitspraak gedaan over de vraag of de executeur de legitimaris voldoende informatie had verstrekt die benodigd was voor de berekening van de legitieme.

De vorderingen van geïntimeerde, zoals in hoger beroep gewijzigd, luiden als volgt: de executeur te veroordelen tot het overleggen van een boedelbeschrijving waaruit de omvang van de nalatenschap van erflaatster onomstotelijk blijkt en de executeur te veroordelen tot het overleggen van informatie waaruit de omvang van de nalatenschap onomstotelijk blijkt, waaronder in ieder geval de informatie betreffende de betaling aan de Belastingdienst door erflaatster op 20 maart 2015 ten bedrage van € 9.035,– en een eventueel daarop volgende betaling en de niet geanonimiseerde facturen betreffende de uitvaart van erflaatster.

Erfrecht. Legitieme. Informatieplicht van de executeur of erfgenaam ten aanzien de legitimaris. Informatie die benodigd is om de legitieme te kunnen vaststellen.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof zal hierna deze vorderingen van geïntimeerde mede aan de hand van de grieven beoordelen.

Deze vorderingen strekken er immers toe de executeur te veroordelen aan geïntimeerde nadere informatie te verstrekken op grond waarvan, naar het hof begrijpt: vervolgens, de legitieme porties van geïntimeerde zullen moeten worden berekend.

Vooropgesteld wordt dat de informatieplicht van artikel 4:78 BW van erfgenamen en met het beheer van de nalatenschap belaste executeurs aan een legitimaris die niet erfgenaam is, een ruime is.

Dit artikel moet mede worden gelezen in samenhang met artikel 4:67 BW.

Geïntimeerde moet als legitimaris over zodanige informatie beschikken dat hij zijn legitimaire aanspraken kan berekenen, waaronder informatie betreffende giften.

In dit geval rust de informatieplicht op de executeur.

Vast staat dat de executeur aan geïntimeerde over een lange periode voorafgaande aan het overlijden van erflaters overzichten van banksaldi, bankafschriften, belastingaangiftes en -aanslagen heeft verstrekt.

Naar het oordeel van het hof kan de aan geïntimeerde verstrekte informatie feitelijk als een boedelbeschrijving worden aangemerkt.

Op grond van deze informatie kan immers het saldo van de nalatenschap ten tijde van het overlijden van erflaters worden vastgesteld en daarmee ook de legitimaire aanspraken van geïntimeerde.

Geïntimeerde heeft vervolgens uit de hem verstrekte stukken afgeleid dat sprake is geweest van twee schenkingen aan een van zijn zussen.

De executeur heeft betwist dat sprake is geweest van schenkingen en daartoe aangevoerd dat erflaters hun erfgenamen gelijk wilden behandelen en dat om die reden niet voor de hand ligt dat zij (bij herhaling) maar aan één van de erfgenamen hebben geschonken.

Het hof gaat hierna bij de vordering nader op deze gestelde schenkingen in.

Voor zover geïntimeerde thans stelt dat er nog meer schenkingen moeten zijn, gaat het hof aan deze stelling als louter speculatief voorbij.

Daarbij acht het hof van belang dat uit de vele bankafschriften van andere dan genoemde twee gestelde schenkingen niet is gebleken.

De conclusie is dat de executeur door het verstrekken van de hiervoor genoemde informatie aan geïntimeerde ruimschoots heeft voldaan aan de informatieplicht van artikel 4:78 BW.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat er in wezen al een boedelbeschrijving aan geïntimeerde is verstrekt.

Geïntimeerde heeft evenwel in hoger beroep niet alleen het overleggen van een boedelbeschrijving gevorderd, maar daaraan toegevoegd dat het een boedelbeschrijving moet zijn waaruit de omvang van de nalatenschap van erflaatster onomstotelijk blijkt.

Nog daargelaten dat deze toevoeging niet is toegelicht, is het naar het oordeel van het hof vrijwel onmogelijk daaraan te voldoen en zal een veroordeling daarom moeilijk te executeren zijn, en ook ontbreekt hiervoor een wettelijk grondslag.

De executeur heeft opmerkt dat alle beschikbare belastinggegevens zijn toegezonden en dat alle bedragen “op aanslag” zijn betaald en dat ten aanzien van de uitvaartkosten aan geïntimeerde de nota’s die daarop zien zijn verstrekt. Dat is voldoende om de legitimaire aanspraak te berekenen, aldus de executeur.

Wat betreft de betaling aan de Belastingdienst van € 9.035,00 is het hof van oordeel dat in reactie op de gemotiveerde betwisting dat alle beschikbare belastinggegevens zijn verstrekt, geïntimeerde onvoldoende heeft onderbouwd dat daarop een teruggave van de Belastingdienst gevolgd zou moeten zijn.

De vordering tot het verstrekken van niet-geanonimiseerde facturen van de begrafeniskosten is bij gebrek aan belang evenmin toewijsbaar.

Zoals hiervoor reeds is overwogen, is het doel van het verstrekken van informatie de legitimaris in staat te stellen de omvang van zijn legitieme portie te berekenen.

Op basis van de verstrekte facturen is geïntimeerde voldoende inzicht gegeven in hoogte van de begrafeniskosten en daarom valt niet in te zien waarom hij daarnaast over de volledige tekst van de facturen zou moeten kunnen beschikken.

Overigens is gesteld noch gebleken dat de kosten van de begrafenis niet in overeenstemming zijn met de omstandigheden van erflaatster, zodat ook om die reden niet valt in te zien welk belang geïntimeerde heeft om de volledige tekst van de facturen in te zien.

De conclusie is dat de executeur aan geïntimeerde voldoende informatie heeft verstrekt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.