Van onze advocaat legitieme. De Rechtbank Amsterdam heeft op 3 augustus 2017 uitspraak gedaan over het verzet tegen door vereffenaar van een nalatenschap gedeponeerde rekening en verantwoording en uitdelingslijst als bedoeld in artikel 4:128 BW en over de legitieme portie en gemaakte advocaatkosten.
Het verzet van opposanten gezamenlijk richt zich tot de volgende drie elementen van de uitdelingslijst.
De advocaatkosten
Opposanten gezamenlijk hebben betoogd dat de advocaatkosten integraal kwalificeren als schuld van de nalatenschap van moeder in de zin van artikel 4:7 lid 1 BW. Na nadere bestudering heeft de vereffenaar dit wat betreft een bedrag van € 20.281,31 erkend. Wat betreft het overige deel van de kosten heeft de vereffenaar zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Nu opposanten gezamenlijk gemotiveerd hebben toegelicht dat ook dat deel van de advocaatkosten in het belang van de nalatenschap is gemaakt en hun stelling steun vindt in de overgelegde specificaties is het verzet in zoverre gegrond.
Het loon van de vereffenaar
Opposanten gezamenlijk hebben aangevoerd dat de vereffenaar heeft verzuimd zijn loon te verantwoorden. De vereffenaar heeft hierop bij verweerschrift alsnog de betreffende beschikking van de RC met daarbij de onderliggende berekening in het geding gebracht. Nu opposanten gezamenlijk hier niet meer op hebben gereageerd, moet het verzet in zoverre ongegrond worden verklaard.
De legitimaire massa/ legitieme portie
Opposanten gezamenlijk verzetten zich tot slot tegen de hoogte van de legitieme portie van de legitimarissen, zoals door de vereffenaar in de uitdelingslijst is opgenomen. De rechtbank overweegt dat over de omvang van de legitimaire massa reeds een procedure aanhangig is (de legitieme-procedure), en in die procedure reeds vonnis is gewezen. Opposanten gezamenlijk hebben het in dat vonnis gehanteerde uitgangspunt, dat de waarde van de legitimaire massa, en de ouderlijke villa als onderdeel daarvan, moet worden bepaald op het moment van overlijden van de erflaatster (moeder), niet bestreden.
Nu de legitimaire massa aldus reeds bij vonnis is vastgesteld, moet van de juistheid daarvan in de onderhavige procedure worden uitgegaan. Dat de erfgenamen hoger beroep tegen het vonnis hebben ingesteld kan daar niet aan afdoen, temeer niet nu de erfgenamen in 2015 gezamenlijk hebben besloten tot het stil leggen van de procedure in hoger beroep. Voor zover opposanten gezamenlijk de gezamenlijkheid van dit besluit betwisten, hebben zij daartoe onvoldoende gesteld. Daarnaast geldt dat onduidelijk is of de hoger beroepsprocedure tot een andere uitkomst zal leiden. Een en ander leidt tot de slotsom dat het verzet wat dit laatste element betreft eveneens ongegrond moet worden verklaard.
Nu geen van de elementen in het verweerschrift van verweerster aanleiding geeft om over het bovenstaande anders te oordelen, behoeven opposanten gezamenlijk niet in de gelegenheid te worden gesteld om daarop (nader) te reageren. Het verweerschrift van verweerster bevat daarnaast ook standpunten die geen verband houden met het verzet van opposanten gezamenlijk In zoverre heeft de rechtbank de inhoud van het verweerschrift van verweerster buiten beschouwing gelaten.
Het voorgaande leidt ertoe dat het verzet partieel, wat betreft de advocaatkosten, gegrond moet worden verklaard. Dit betekent dat de rekening en verantwoording en uitdelingslijst als volgt moeten worden gewijzigd: bij de activa moeten de advocaatkosten als vordering worden geschrapt, bij de passiva moeten de advocaatkosten onder ‘Vereffening’ worden toegevoegd. Daarnaast dient het loon van de vereffenaar opnieuw te worden berekend met inachtneming van hetgeen de vereffenaar hieromtrent in zijn verweerschrift heeft opgenomen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over het kindsdeel of over de legitieme of over het afleggen van rekening en verantwoording in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.