De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over de verlening van termijnen voor de verwerping van een legaat.
Verzoeker verzoekt op basis van artikel 4:77 BW de termijn van artikel 4:74 lid 2 en lid 3 BW te verlengen met een termijn van vijftien maanden te rekenen vanaf de dag van overlijden, tot 6 juli 2026.
Verzoeker voert daarvoor aan dat hij slechts met veel moeite beperkte informatie heeft gekregen van verweerster en/of de belastingadviseur van zijn vader.
De ontvangen stukken en informatie zijn niet volledig.
Er ontbreekt nog steeds een boedelomschrijving met onderliggende stukken, evenals de aangifte inkomstenbelasting 2025 (voor zover ingediend), de bankafschriften van de Rabobank 2020 en 2021, de opgave van de (levens)verzekeringen, de aangifte erfbelasting (voor zover ingediend) en taxatierapporten met betrekking tot de onroerende zaken.
Verlenging van de termijn is noodzakelijk om voldoende overzicht te krijgen van de omvang en samenstelling van de nalatenschap.
De verstrekte stukken zijn nog onvoldoende om de hoogte van zijn vordering te berekenen.
In het verlengde daarvan kan ook nog niet bepaald worden of bij een uitbetaling van de contante waarde van het legaat ineens, de continuïteit van de onderneming bemoeilijkt wordt.
Ook voor welk bedrag verweerster zekerheid dient te stellen kan nog niet berekend worden.
Erfrecht. Legitieme. Verwerping van een legaat. Voortzetting van een bedrijf. Verlening van termijnen. Bijzondere omstandigheden. Informatieverstrekking. Zekerheidstelling. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Tot de nalatenschap behoort een onderneming.
Erflater heeft in zijn testament bepaald dat het gelegateerde geldbedrag in termijnen dient te worden uitgekeerd, om te voorkomen dat de voortzetting van zijn onderneming in ernstige mate wordt bemoeilijkt.
Artikel 4:74 lid 1 BW bepaalt dat als in zo een situatie de legitimaris een dergelijk legaat verwerpt, dat in mindering komt van zijn legitieme portie.
Lid 2 van dat artikel bepaalt echter dat indien de voortzetting niet ernstig bemoeilijkt wordt, de legataris kan verklaren dat hij de contante waarde ineens verlangt.
In dat geval kan de rechter de verbintenis uit het legaat in die zin wijzigen.
Lid 3 van voornoemd artikel geeft de mogelijkheid aan de legataris om de kantonrechter te verzoeken te bevelen dat de met het legaat belaste persoon zekerheid stelt.
Beide leden bepalen dat een dergelijke verklaring c.q. verzoek binnen die maanden na het overlijden van de erflater dient te gebeuren.
Erflater is overleden begin 2025, zodat die drie maandstermijn van artikel 4:74 lid 2 en 3 reeds is geëindigd op 6 april 2025, dus voordat het oorspronkelijke verzoek werd ingediend.
Artikel 4:77 BW maakt het echter mogelijk om voornoemde termijn van drie maanden te verlengen nadat die termijn al is verstreken, indien er sprake is van bijzondere omstandigheden.
Naar het oordeel van de kantonrechter doen zich die omstandigheden hiervoor:
Er is een slecht contact tussen verweerster en verzoeker.
Het opvragen van informatie bij haar heeft nog niet alle stukken die verzoeker nodig heeft om zijn legaat te kunnen berekenen opgeleverd.
De notaris heeft verzoeker niet gewezen op de voor hem als legitimaris van belang zijnde termijn van drie maanden, hetgeen wel van die notaris verwacht had mogen worden.
Al deze door verzoeker aangevoerde omstandigheden zijn niet door verweerster tegengesproken, zodat zij vaststaan.
Verzoeker heeft als legitimaris recht op deugdelijk onderbouwde informatie, om daarmee zijn rechtspositie goed te kunnen bepalen.
Het is de taak van verweerster als executeur om die informatie volledig te verstrekken.
Omdat zij dit nalaat heeft verzoeker juridische hulp moeten inschakelen om zijn belangen goed te behartigen.
Verweerster heeft middels tussenkomst van haar gemachtigde aangegeven geen inhoudelijk verweer te voeren en zich te refereren aan het oordeel van de kantonrechter.
In verband daarmee heeft de kantonrechter geen mondelinge behandeling gehouden.
Gelet op vorenstaande, zal de kantonrechter bij gebreke van enig verweer het verzoek toewijzen.
Dat geldt ook voor de verzochte verlenging van vijftien maanden tot 6 juli 2026.
Hoewel dit een veel ruimere termijn is dan drie maanden, heeft verzoeker aangegeven dat die ruime termijn nodig is omdat hij inschat dat verweerster niet vrijwillig zal overgaan tot het verstrekken van de relevante stukken en informatie en mogelijk afgifte daarvan in rechte nodig zal zijn.
Ook dat heeft verweerster niet tegengesproken.
Mede gelet op het feit dat artikel 4:77 BW meermaals een verlenging toestaat, beslist de kantonrechter als volgt.
De kantonrechter verlengt de in artikel 4:74 lid 2 en lid 3 BW genoemde termijnen met vijftien maanden, tot 6 juli 2026.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.