De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of sprake was van een gift van de erflater of van een afgeloste schuld uit een geldlening bij de vaststelling van de legitieme.
Erflater heeft bij testament van 5 januari 2021, aangevuld met een testament van 1 juli 2021, over zijn nalatenschap beschikt.
Uit deze testamenten volgt dat erflater gedaagden heeft aangewezen als zijn erfgenamen en eiseres heeft uitgesloten als erfgenaam.
Daarnaast heeft erflater gedaagde 1 aangewezen als executeur en afwikkelingsbewindvoerder.
Tussen partijen is in geschil wat de omvang is van de legitieme portie waarop eiseres aanspraak kan maken.
De rechter oordeelt als volgt.
Erfrecht. Legitieme. Giften. Vaststelling van de legitieme. Gift van erflater of afgeloste schuld uit geldlening? Stelplicht. Bewijs. Bewijslast. Bewijskracht. Toetsing.
Op grond van artikel 4:65 Burgerlijk Wetboek (BW) wordt de legitieme portie berekend over de zogenaamde legitimaire massa, te weten de waarde van de goederen van de nalatenschap, vermeerderd met in aanmerking te nemen giften en verminderd met de schulden, vermeld in artikel 4:7 onder a tot en met c en f BW.
Op grond van artikel 4:6 BW moet onder de waarde van de goederen van de nalatenschap worden verstaan de waarde op het tijdstip onmiddellijk na het overlijden van erflater.
Voormeld artikel geeft geen maatstaf voor de waardering, maar in beginsel moet worden uitgegaan van de waarde in het economisch verkeer ten tijde van het overlijden van erflater, tenzij er naar redelijkheid en billijkheid in de rechtsverhouding van de erfgename en de legitimaris uitgegaan moet worden van een andere waarde.
Ingevolge artikel 4:67 BW worden onder meer in aanmerking genomen giften die kennelijk gedaan en aanvaard zijn met het vooruitzicht dat daardoor legitimarissen worden benadeeld (sub a), giften, door de erflater aan een afstammeling gedaan, mits deze of een afstammeling van hem legitimaris van de erflater is (sub d) en andere giften, voor zover de prestatie binnen vijf jaren voor het overlijden van de erflater is geschied (sub e).
Niet als in aanmerking te nemen giften worden beschouwd gebruikelijke giften voor zover zij niet bovenmatig zijn (artikel 4:69 lid 1 onder b BW).
Gift van erflater aan gedaagde van € 250.000 of afgeloste schuld uit geldlening?
Gedaagde heeft, in zijn hoedanigheid van executeur, melding gemaakt van een bedrag van € 5.007 dat erflater nog verschuldigd is ter aflossing van een geldlening van € 250.000,-.
Eiseres stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van een schuld van erflater aan gedaagde van € 250.000, en dat de bedragen onverschuldigd betaald zijn, subsidiair dat er sprake is van onrechtvaardigde verrijking, dan wel dat er sprake is van gift op de voet van 4:67 sub a BW dan 4:67 sub d BW.
In alle gevallen dient de legitimaire massa met een bedrag van € 250.000 verhoogd te worden, aldus eiseres.
Eiseres maakt in deze procedure aanspraak op de legitieme portie en beroept zich op de rechtsgevolgen van haar stelling dat erflater aan gedaagde in 2023 een bedrag van € 250.000 heeft ontvangen, hetgeen volgens haar onverschuldigd betaald is, subsidiair dat er sprake is van onrechtvaardigde verrijking, dan wel dat er sprake is van gift op de voet van artikel 4:67 sub a BW dan wel artikel 4:67 sub d BW.
Eiseres heeft in dezen de stelplicht en dient voldoende feiten aan te voeren ter onderbouwing van deze stellingen.
De omstandigheid dat tegenover de overboekingen van de bankrekening van de erflater naar de bankrekening van gedaagde geen eerdere, traceerbare overboeking vanaf de bankrekening van gedaagde naar de bankrekening van erflater staat, is op zichzelf een onderbouwing van de stelling van eiseres.
Echter, de omvang van de stelplicht van eiseres wordt medebepaald door het gevoerde verweer.
Gedaagden heeft ter onderbouwing van zijn betwisting, samengevat, aangevoerd:
- a) de betalingen hebben betrekking op de aflossing van een geldlening van gedaagde aan erflater van in totaal € 250.000.
Deze geldlening vloeit voort uit betalingen die gedaagde in augustus 2019 namens erflater aan derden heeft gedaan.
In dit verband heeft hij gewezen op een afschrift over de maand augustus 2019 van een bankrekening die op zijn naam staat en waarop een vijftal overboekingen is vermeld.
Op dat afschrift zijn enkel de data en de afschreven bedragen zichtbaar.
Gedaagde heeft aangevoerd dat dit privéschulden van erflater betroffen.
Erflaatster wist niets van deze schulden.
De geldlening is eerst na het overlijden van erflaatster vastgelegd omdat eiseres zich sinds mei 2020 zo negatief jegens de familie opstelde dat erflater wenste dat de door gedaagde gedane betalingen formeel zouden worden vastgelegd;
- b) gedaagde heeft aan erflater beloofd dat hij aan anderen niets over de aard van de schulden zou zeggen;
- c) de lening is vastgelegd in de getekende overeenkomst van geldlening van 5 februari 2021, die door gedaagde 2 als getuige is meegetekend; en
- d) in de aangiften IB 2021 en IB 2022 van erflater is de geldlening opgenomen.
Niet in geschil is dat de geldleningsovereenkomst is vastgelegd in een onderhandse akte.
Wel in geschil is of die onderhandse akte het bestaan van de schuld waarvoor de lening is aangegaan getrouw weergeeft.
De volgende feiten en omstandigheden – die alle in het domein van gedaagden liggen – zijn naar het oordeel van de rechtbank nog onvoldoende concreet om reeds nu een oordeel te kunnen geven over dit geschilpunt tussen partijen:
– in de considerans van het onder c) bedoelde document is vermeld dat “schuldeiser (lees: gedaagde) onder meer afgelopen jaren diverse levensonderhoud gerelateerde kosten en overige bedragen heeft voorgeschoten voor / aan schuldenaar (lees: erflater)”: Die omschrijving is vaag en sluit niet zonder meer aan op de stelling van gedaagde dat erflater privéschulden had en dat [gedaagde 1] die schulden voor erflater heeft afgelost.
Dit document heeft ook geen dwingende bewijskracht (zie de artikelen 157 lid 2 en 158 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv);
– gedaagde heeft onvoldoende toegelicht waarom gedaagde degene was die in augustus 2019 de betalingen gedaan heeft aan een of meer derde(n) en waarom de erflater dat indertijd niet zelf gedaan heeft of heeft kunnen doen;
– bij de bedoelde betalingen is uitsluitend bij de interne overboekingen tussen de bankrekeningen van erflater de omschrijving “aflossing” gebruikt.
In de omschrijving wordt niet gespecificeerd waarop deze aflossing betrekking heeft.
Voor de overboekingen vanaf de bankrekening van erflater naar die van gedaagde wordt vervolgens geen omschrijving gebruikt.
Tegen de achtergrond van het conflict met eiseres en dat om die reden de geldleningsovereenkomst op schrift is gesteld, is onvoldoende onderbouwd waarom bij die overboekingen niet naar de geldleningsovereenkomst verwezen is;
– opvallend is dat de gestelde geldlening pas in de onder b) bedoelde aangiften IB 2021 en IB 2022 van erflater is opgenomen, terwijl deze geldlening volgens gedaagden al bestond sinds 2019, en derhalve ook betrokken had moeten worden bij de aangifte IB over 2020.
Ter zitting heeft gedaagde geen verklaring hiervoor kunnen geven;
– de omstandigheid dat er niet rechtstreeks een geldbedrag van € 250.000 door gedaagde aan erflater is verstrekt maakt de geldlening minder aannemelijk; en
– niet onderbouwd is dat gedaagde onder b) bedoelde belofte heeft gedaan.
Omdat het debat over deze post het zwaartepunt van het geschil is, zal de rechtbank gedaagde in de gelegenheid te stellen een akte te nemen waarin hij deze betwisting desgewenst meer handen en voeten kan geven, al dan niet door het in het geding brengen van stukken.
Daarna zal eiseres een antwoordakte kunnen nemen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.