De Rechtbank Gelderland heeft op 16 juni 2021 uitspraak gedaan over de vraag of er sprake was van bovenmatige en ongebruikelijke giften bij de vaststelling van de legitieme.

De eisende partij stelt dat sprake is van bovenmatige giften en schenkingen in de zin van artikel 7:175 BW.

Erfrecht. Legitieme. Gift. Schenking. Bovenmatige en ongebruikelijke giften? Levensonderhoud. Schenking van een e-bike. Bewijs.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat eisende partij met de verwijzing naar de bankafschriften in combinatie met WhatsApp-berichten genoegzaam heeft onderbouwd dat erflater de e-bike en fietstassen aan de gedaagde partij heeft geschonken.

Het verweer van gedaagde dat de fiets was bedoeld voor woon-werkverkeer gaat – mede in het licht van wat eisende partij daarover aanvoert – niet op.

In het WhatsApp-bericht van 30 oktober 2017 schrijft erflater immers aan gedaagde: “Vandaag de grote dag dat we de fietsen krijgen”.

Verder blijkt uit de WhatsApp-berichten klip en klaar dat erflater en gedaagde meer dan eens samen fietstochten hebben gemaakt op hun e-bikes, en overigens ook dat gedaagde de fiets voor andere privédoeleinden in gebruik had.

De rechtbank is verder van oordeel dat de e-bike, gelet op de aard van het product en de aanschafprijs, moet worden aangemerkt als een ongebruikelijke, bovenmatige gift.

Dat geldt ook voor de bijbehorende fietstassen, nu het schenken daarvan in dit geval onlosmakelijk samenhangt met het schenken van de fiets.

Dit brengt mee dat eisende partij van deze giften terecht de nietigheid heeft ingeroepen wegens het ontbreken van haar toestemming als bedoeld in artikel 1:88 lid 1 onder b BW.

Nu het beroep op de nietigheid van deze gift slaagt, geldt deze gift als onverschuldigd betaald en moet zij dus door gedaagde partij worden terugbetaald.

De gedaagde partij heeft op zichzelf geen verweer gevoerd tegen het door eisende partij gevorderde bedrag van € 1.649,90.

De rechtbank zal dit bedrag daarom toewijzen.

De eisende partij vordert een bedrag van in totaal € 340,00 in verband met levensbehoeften die erflater volgens haar aan gedaagde heeft geschonken.

In productie 6 bij dagvaarding heeft eisende partij deze vordering nader gespecificeerd.

Het gaat om levensbehoeften als brood, levertraan, viswokschotels en toiletpapier, en verder yoghurt, koffie, vlaai en andere boodschappen, maar ook om talrijke koffie-uurtjes, lunches buiten de deur enzovoorts.

Volgens eisende partij blijkt uit het WhatsApp-verkeer dat erflater aan gedaagde heeft geleverd (de rechtbank vermeldt hierbij telkens de door eisende partij geschatte waarde):

– 80 broden à gemiddeld € 2,00, in totaal € 160,00;

– 6 flessen levertraan à gemiddeld € 8,00, in totaal € 48,00;

– 9 grote pakken toiletpapier à gemiddeld € 4,00, in totaal € 36,00;

– 12 viswokschotels à gemiddeld € 8,00, in totaal € 96,00;

tezamen € 340,00.

De eisende partij verbindt aan de overige hierboven genoemde levensbehoeften, koffie-uurtjes, lunches buiten de deur enzovoorts die erflater aan gedaagde zou hebben geschonken geen bedrag, zodat de rechtbank deze verder buiten beschouwing laat.

De gedaagde partij voert als verweer aan dat zij levensbehoeften telkens contant aan erflater heeft terugbetaald.

In reactie hierop voert eisende partij in haar toelichting op haar aanvullende productie aan dat nergens uit blijkt dat gedaagde ook maar iets in al deze kosten heeft bijgedragen en dat in het licht van de “permanente geldstroom” van erflater richting gedaagde ongeloofwaardig is dat zij de levensbehoeften zelf heeft betaald.

Naar het oordeel van de rechtbank kan in het midden blijven of gedaagde de levensbehoeften inderdaad heeft terugbetaald aan erflater.

Weliswaar zijn vraagtekens te zetten bij de (noodzaak van de) aanschaf van deze boodschappen door erflater ten behoeve van gedaagde, maar ook als gedaagde ze niet aan erflater zou hebben terugbetaald, gaat het – mede omdat de aanschaf van de boodschappen zich uitstrekt over een langere periode – niet om dusdanige bedragen dat de levensbehoeften moeten worden aangemerkt als een ongebruikelijke, bovenmatige gift.

Het beroep van eisende partij op de nietigheid van deze giften wegens het ontbreken van haar toestemming als bedoeld in artikel 1:88 lid 1 onder b BW slaagt daarom niet.

Van onverschuldigde betaling is daarom op dit onderdeel ook geen sprake.

De rechtbank zal de vordering van de eisende partij voor zover die strekt tot terugbetaling van het betreffende bedrag van € 340,00 dan ook afwijzen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.