De Rechtbank Noord-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan over giften die bij de berekening van de legitieme portie in aanmerking genomen dienen te worden.
De vorderingen van de legitimaris is het voor recht te verklaren dat in het kader van de vaststelling van de legitimaire massa tenminste een gift van EUR 358.885 in aanmerking dient te worden genomen.
Erfrecht. Legitieme. Berekening van de legitieme portie. Giften. Het begrip giften. Gebruikelijke en bovenmatige giften. Bevoordelingsbedoeling. Verrijking.
De rechter oordeelt als volgt.
De legitieme porties worden berekend over de legitimaire massa, dat is de waarde van de goederen van de nalatenschap, vermeerderd met de in aanmerking te nemen giften en verminderd met bepaalde schulden (art. 4:65 BW).
Welke giften voor de berekening van de zogenoemde legitimaire massa in aanmerking komen, en voor welke waarde, wordt geregeld in de artikelen 4:65-4:69 BW.
Na berekening van de omvang van de legitimaire massa kan de legitieme portie worden vastgesteld door de legitimaire massa te vermenigvuldigen met het breukdeel bepaald aan de hand van art. 4:64 BW.
Op de legitieme portie komt in mindering – kort gezegd – wat de legitimaris al aan giften gekregen heeft tijdens het leven van de erflater, en wat hij via erfrechtelijke aanspraken kan verkrijgen.
Bij de berekening van de legitieme portie moeten de giften in aanmerking worden genomen die erflaatster heeft gedaan aan haar kinderen, die immers legitimaris zijn.
Dat volgt uit artikel 4:67 sub d BW.
Gebruikelijke giften voor zover zij niet bovenmatig waren, worden daarbij niet als giften beschouwd (artikel 4:69 lid 1 sub b BW).
Het begrip gift wordt gedefinieerd in art. 7:186 BW.
Als gift wordt aangemerkt iedere handeling die er toe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt.
Uit de woorden ‘die ertoe strekt’ volgt dat sprake moet zijn van een bevoordelingsbedoeling, de wil tot bevoordeling.
Schenkingen die alleen maar gesteld zijn maar niet zijn onderbouwd, laat de rechtbank buiten beschouwing als die schenkingen betwist zijn.
Bewijslevering is niet aan de orde omdat in die gevallen onvoldoende feiten zijn gesteld waaruit de schenking zou kunnen blijken.
Gebruikelijke giften voor zover niet bovenmatig zijn, zoals de gift voor Moederdag aan de zus, laat de rechtbank buiten beschouwing omdat deze niet meetellen voor de legitieme.
De door de broer gestelde gift van ƒ 20.000 aan kleinkind telt niet mee voor de legitieme omdat niet is gesteld of gebleken dat erflaatster deze gift heeft verricht in de periode van vijf jaar voor haar overlijden.
Van de gestelde betaling uit 2004 ten bedrage van € 2.500 voor verzorging is niet gesteld of gebleken dat erflaatster daarmee de wil tot bevoordeling van de zus had, zodat de rechtbank ook deze beweerde gift niet meetelt voor de legitieme.
Dat geldt ook voor hetgeen zus heeft gesteld over kosten van onderhoud en verbouwing van de woning. Indien erflaatster deze kosten heeft betaald, zoals zus stelt, betekent dat niet dat dit als een gift aan broer moet worden beschouwd.
Erflaatster bewoonde de woning namelijk zelf en zal zelf baat hebben gehad bij goed onderhoud en eventuele verbouwing van de woning.
De voor een gift noodzakelijke bevoordelingsbedoeling blijkt nergens uit en zus heeft daar ook niets over gesteld.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.