Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 1 oktober 2019 uitspraak gedaan over de berekening van de legitieme in verband met vele pinopnames voor het levensonderhoud van de erflater en het afleggen van rekening en verantwoording daarover.

De legitimarissen stellen dat in de periode januari 2008 tot en met december 2011 maandelijks forse bedragen zijn gepind van de bankrekening van de moeder, in totaal € 35.450,-.

Zij achten het onmogelijk dat dit bedrag enkel voor huishoudgeld bestemd was, gelet op de spaarzame levensstandaard van de moeder.

De legitimarissen stellen zich op het standpunt dat deze bedragen feitelijk gezien moeten worden als vooruitbetalingen aan de erfgenaam ter zake de erfenis en menen derhalve een vordering te hebben op de erfgenaam.

De erfgenaam heeft gesteld dat het gemiddelde bedrag van € 738,- per maand door de moeder werd gebruikt voor haar kosten van levensonderhoud. Het geld nam hij voor de moeder op.

Berekening van de legitieme. Bepaling legitieme massa. Verantwoording over pinopnames voor erflater? Bewijs.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechter leidt uit de gang van zaken bij de pinopnames af dat de erfgenaam bij het doen van die opnames als stilzwijgend gevolmachtigde van moeder optrad.

In zoverre was hij dan ook gehouden rekening en verantwoording jegens haar af te leggen.

Of de erfgenaam ook jegens de legitimarissen gehouden is deze rekening en verantwoording af te leggen kan in het midden blijven, nu hij, ook wanneer hij daartoe niet gehouden zou zijn, wel aan de mede-erfgenamen uitleg dient te kunnen geven over door hem verrichte financiële handelingen die niet binnen het normale uitgavenpatroon van de moeder vielen.

Van dergelijke handelingen is naar het oordeel van de rechter sprake.

De rechter neemt hiertoe de volgende omstandigheden in aanmerking:

De legitimarissen hebben een beeld van de moeder geschetst, gebaseerd op de periode waarin zij nog contact met haar hadden, waaruit een vrouw naar voren kwam die weinig uitgaf, nooit impulsaankopen deed en nooit een cent over de balk gooide.

Dat beeld heeft de erfgenaam niet expliciet weersproken en er is geen reden om te veronderstellen dat de moeder in de laatste jaren van haar leven een ander uitgavenbeleid is gaan voeren.

Zoals de rechter eerder heeft opgemerkt blijkt uit de bankafschriften over de betreffende periode dat de vaste lasten zijn voldaan middels banktransacties, zodat de contante opnamen bestemd moeten zijn geweest voor andere uitgaven.

De erfgenaam heeft aangegeven dat de moeder een bedrag van € 250,- per maand nodig had voor boodschappen, maar onduidelijk is gebleven waaraan dan de rest van de opnames is besteed.

De erfgenaam heeft genoemd de kosten van een vakantie naar Australië, maar die blijkt ver voor de betreffende periode te zijn geweest. Ook heeft hij verf, behang en vloerbedekking genoemd, maar dit zijn geen regelmatig terugkerende kosten terwijl de matige staat van onderhoud van het huis, die tussen partijen vast staat, niet de veronderstelling rechtvaardigt dat hiermee grote bedragen gemoeid kunnen zijn geweest.

De erfgenaam heeft erkend dat hij de pinopnames voor de moeder deed.

Hij had dus wel enig zicht op de geldstromen.

De intensieve band die tussen de erfgenaam en de moeder bestond brengt naar het oordeel van de rechter mee dat de erfgenaam niet kan volstaan met de blote stelling dat hij geen zicht had op de uitgaven van de moeder.

Nu de erfgenaam, gelet op deze omstandigheden, onvoldoende aan zijn stelplicht heeft voldaan komt de rechter aan een bewijsopdracht niet toe.

Het bovenstaande betekent echter niet dat het gehele bedrag van € 35.450,- moet worden beschouwd als een vordering van de boedel op de erfgenaam.

Zoals de rechter eerder heeft opgemerkt blijkt immers uit de bankafschriften dat de opnames ten dele moeten zijn gebruikt voor het doen van boodschappen door of ten behoeve van moeder.

Het komt de rechter redelijk voor om aan dat doel een bedrag van € 438,- per maand toe te rekenen, zodat een bedrag van € 300,- per maand moet worden beschouwd als door de erfgenaam zonder rechtsgrond ten eigen nutte opgenomen.

Voor de goede orde stelt de rechter vast dat de erfgenaam niet gesteld heeft dat de moeder hem enig bedrag geschonken heeft (wat er overigens toe zou leiden dat ook die bedragen tot de legitimaire massa zouden moeten worden gerekend, en verrekend zouden moeten worden).

Gelet op het bovenstaande zal het hof bij de bepaling van de legitimaire massa rekening houden met een bedrag van (48 x € 300,- =) € 14.400,- als vordering van de boedel op de erfgenaam.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.