Het Gerechtshof Den Haag heeft op 12 januari 2021 uitspraak gedaan over de vraag of er sprake was van een onrechtmatige daad jegens erfgenaam die als legatimaris en schuldeiser van de nalatenschap van erflater door onttrekkingen door de gevolmachtigden schade heeft geleden.

De kern van het geschil in hoger beroep is de vraag of de aanzienlijke vermogensdaling aan de zijde van de moeder in de periode na het overlijden van erflater te wijten is aan althans voor rekening dient te komen van appellanten die als gevolmachtigden bevoegd waren het vermogen van de moeder te beheren.

Geïntimeerde stelt zich, kort gezegd, op het standpunt dat hij is benadeeld door de onttrekkingen aan het vermogen van de moeder door appellanten in hun hoedanigheid van gevolmachtigden, omdat geïntimeerde zijn rechten als legitimaris en schuldeiser van de nalatenschap als gevolg van de aanzienlijke vermogensdaling niet meer geldend kan maken.

Is er sprake van een onrechtmatige daad jegens erfgenaam die als legatimaris en schuldeiser van de nalatenschap van erflater door onttrekkingen door de gevolmachtigden schade heeft geleden?

Legitieme. Onttrekking van gelden. Onrechtmatige daad. Tekort nalatenschap. Legitimaris vordert schadevergoeding. Giften.

De rechter oordeelt als volgt.

Voor wat betreft de omvang van de legitieme portie overweegt het hof als volgt.

Volgens de grief is de omvang van de legitieme portie lager dan het gevorderde bedrag van € 27.605,44, omdat het saldo van de nalatenschap nog verminderd dient te worden met verschillende vorderingen, te weten een totaalbedrag van € 18.018,- vermeerderd met de rente in verband met het restant van de vorderingen van alle kinderen wegens het overlijden van de vader en de kosten van de vereffening waarvan het totaalbedrag nog niet vast staat.

Bij de berekening van de legitieme portie dienen volgens de grief verder alle aan geïntimeerde gedane giften betrokken te worden.

Geïntimeerde heeft in zijn memorie van antwoord hiertegen ingebracht dat appellanten in hun grief uitgaan van de fictie dat de vorderingen van de kinderen zijn voldaan hetgeen niet het geval is, en voorts dat met de aangevoerde kosten van vereffening geen rekening dient te worden gehouden omdat in de grief onvoldoende specifiek is aangegeven hoeveel deze kosten bedragen.

Voorts ontkent geïntimeerde giften te hebben ontvangen die bij de berekening van de legitieme portie betrokken dienen te worden.

Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat niet vast is komen te staan dat geïntimeerde giften heeft ontvangen waarmee bij de berekening van de legitieme portie rekening dient te worden gehouden.

Appellanten hebben, in het licht van de betwisting van geïntimeerde, onvoldoende aangevoerd om het bestaan van deze giften aan te kunnen nemen.

In zoverre faalt de grief dan ook.

Ten aanzien van de vraag op welk bedrag de legitieme portie moet worden vastgesteld, overweegt het hof als volgt.

Appellanten zijn tegenover geïntimeerde schadeplichtig uit hoofde van onrechtmatig handelen.

De schade wordt begroot op het bedrag dat geïntimeerde als legitieme portie zou hebben ontvangen als het vermogen van erflaatster wordt gesteld op € 389.560,-, het bedrag van de niet verklaarde onttrekkingen, zoals dat is berekend door de deskundige.

Het hof ziet geen aanleiding dit bedrag te verminderen met het bedrag van € 18.018,- omdat niet gebleken is dat dit bedrag daadwerkelijk aan andere schuldeisers van de nalatenschap is of wordt voldaan.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.