De Rechtbank Rotterdam heeft op 21 oktober 2021 in kort geding uitspraak gedaan over een vordering tot nakoming van een veroordeling tot afgifte van stukken van de nalatenschap voor de berekening van de legitieme portie.

Op 6 januari 2015 is erflater overleden.

Erflater was bij leven gehuwd met erflaatster.

Erflaatster is op 10 oktober 2017 overleden.

Uit het huwelijk van erflaters zijn drie dochters geboren, gedaagde 2, gedaagde 3 en A.

Laatstgenoemde dochter is de moeder van eiseres en haar broer, B, en is op 26 september 1995 overleden.

Bij testament van 27 mei 2004 heeft erflater over zijn nalatenschap beschikt.

Hierbij heeft hij zijn echtgenote, gedaagde 2 en gedaagde 3 tot erfgenamen benoemd en eiseres en haar broer onterfd.

Daarnaast heeft erflater zijn echtgenote en, als zij die functie niet kan of wil uitoefenen, gedaagde 2 en haar echtgenoot (gedaagde 1) tot executeur benoemd.

Erflaatster, gedaagde 2 en gedaagde 3 hebben de nalatenschap van erflater zuiver aanvaard.

Gedaagde 2 en gedaagde 1 (hierna ook: de executeurs) hebben de benoeming tot executeur aanvaard.

Ook erflaatster heeft bij testament van 27 mei 2004 over haar nalatenschap beschikt.

Hierbij heeft zij gedaagde 2 en gedaagde 3 tot erfgenamen benoemd voor gelijke delen voor het resterende deel van de nalatenschap en eiseres en haar broer onterfd.

Gedaagde 2 en gedaagde 3 hebben de nalatenschap van erflaatster zuiver aanvaard.

Eiseres en haar broer zijn in beide nalatenschappen legitimaris.

In de zomer van 2020 heeft eiseres bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank een kort geding tegen gedaagden aanhangig gemaakt.

Daarin heeft eiseres de verstrekking van bescheiden gevorderd om de legitieme porties in de twee nalatenschappen te kunnen berekenen.

Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 28 september 2020 heeft de voorzieningenrechter gedaagden veroordeeld om binnen twee maanden na betekening van het vonnis (voor zover voorhanden) afschrift van de volgende bescheiden aan eiseres te verstrekken, te weten:

-kopieën van de bankafschriften van alle bankrekeningen betreffende de laatste vijf jaar voorafgaand aan het overlijden van erflater,

-kopieën van de bankafschriften van alle bankrekeningen betreffende de periode vanaf het overlijden van erflater tot en met het overlijden van erflaatster,

-een onderbouwde opgave van alle giften door erflaters tijdens hun leven gedaan aan gedaagden, althans aan gedaagde 2 en gedaagde 3,

-de akte huwelijkse voorwaarden van erflaters,

-de polissen van de verzekeringen/lijfrentes die vermeld staan op het overzicht van de nalatenschap van erflaatster,

-bescheiden van de giften die staan vermeld op de door de executeurs opgestelde berekening van de legitieme portie,

-bescheiden van het ontstaan en de voldoening van de schulden van erflater en/of erflaatster aan gedaagde 2 en gedaagde 3 en van gedaagde 2 en gedaagde 3 aan erflater en/of erflaatster betreffende de periode vanaf 2000 tot en met 2015,

-de aangiftes en aanslagen inkomstenbelasting 2016 en 2017,

-de aanslag erfbelasting nalatenschap erflater, en

-de aangifte en aanslag erfbelasting nalatenschap erflaatster.

Gedaagden betwisten dat eiseres een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen.

Zij menen dat eiseres sinds het overlijden van erflater en erflaatster voldoende tijd heeft gehad om een bodemprocedure aanhangig te maken en daarin afgifte van stukken te vorderen.

Ook stellen zij dat eiseres dit in hoger beroep had kunnen doen.

Anders dan gedaagden betogen, heeft eiseres naar het oordeel van de voorzieningenrechter een spoedeisend belang bij haar vorderingen.

De omstandigheid dat voor een deel van de gevraagde gegevens, zoals bankafschriften, een beperkte bewaarplicht geldt, brengt, mede gelet op de overlijdensdata van erflaters, een spoedeisend belang met zich.

Dit maakt dat de uitkomst van een (eventuele) bodemprocedure en het hoger beroep kan niet worden afgewacht.

Daarbij is nog van belang dat (nog) niet bekend is wanneer het gerechtshof Den Haag in het hoger beroep arrest zal wijzen.

Eiseres vordert in dit kort geding nakoming van het vonnis door overlegging door gedaagden van bescheiden.

Eiseres stelt in de eerste plaats dat uit aan haar verstrekte bankafschriften blijkt dat in 2010 en 2012 bijschrijvingen zijn gedaan van een tweetal, voor eiseres onbekende, bankrekeningen van erflaatster en van een, eveneens voor eiseres onbekende, bankrekening van erflater.

Eiseres heeft aan gedaagden gevraagd om afschriften van deze rekeningen vanaf 2010 tot en met de opheffing daarvan aan haar te verstrekken.

Volgens eiseres hebben gedaagden daar niet aan voldaan.

Daarnaast stelt eiseres dat uit een door de executeurs opgesteld overzicht blijkt dat in 1997 twee schenkingen zijn gedaan; een schenking aan gedaagde 2 van fl. 98.377,00 en een schenking aan gedaagde 3 van fl. 98.377,00.

Gedaagden hebben met betrekking tot de schenking aan gedaagde 2 een akte houdende kwijtschelding van 2 januari 1997 aan eiseres verstrekt, maar geen akte van schenking van hetzelfde bedrag aan gedaagde 3 aan eiseres overhandigd.

Ten slotte stelt eiseres dat gedaagden geen bescheiden aan haar hebben verstrekt van het ontstaan en de voldoening van de schulden van erflater en/of erflaatster aan gedaagde 2 en gedaagde 3 en van gedaagde 2 en gedaagde 3 aan erflater en/of erflaatster betreffende de periode vanaf 2000 tot en met 2015.

Ook daarmee is volgens eiseres niet aan het vonnis voldaan.

Erfrecht. Legitieme. Kort geding. Vordering tot nakoming van een veroordeling tot afgifte van stukken voor de berekening van de legitieme portie. Spoedeisend belang. Giften. Dwangsom.

De rechter oordeelt als volgt.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak in beginsel dient te worden nagekomen.

Gedaagden weerspreken dit niet.

Zij menen echter dat de door eiseres opgevraagde informatie er niet is en dat zij alle, voor de berekening van de legitieme porties van belang zijnde stukken hebben verstrekt.

Gedaagden stellen dat zij de drie, door eiseres genoemde bankrekeningen ook niet kennen.

In de administratie van gedaagden is volgens hen geen informatie over deze bankrekeningen aangetroffen.

De voorzieningenrechter overweegt dat uit de toelichting van gedaagden niet volgt dat zij zich in voldoende mate hebben ingespannen om de betreffende stukken dan wel nadere informatie daarover te verkrijgen.

Zo hebben gedaagden nagelaten om navraag te doen bij de bank waar de rekeningen werden aangehouden.

Dat gedaagden niet weten welke bank zij hadden moeten aanschrijven, maakt dit niet anders.

Zij hadden ook bij meerdere banken navraag kunnen doen, zoals bij de door eiseres genoemde ABN Amro Bank en SNS Bank.

In zoverre hebben gedaagden niet aan het vonnis voldaan.

Gedaagden erkennen de schenking aan gedaagde 3.

Gedaagde 3 stelt echter dat zij de akte die op de schenking betrekking heeft niet in haar administratie heeft.

Volgens gedaagden kan eiseres ervan uitgaan dat het om een zelfde soort schenking gaat als de schenking aan gedaagde 2.

De voorzieningenrechter volgt gedaagden daar niet in.

Het kan zijn dat aan gedaagde 2 en gedaagde 3 dezelfde soort schenkingen zijn gedaan, maar het is evengoed mogelijk dat de daartoe opgemaakte akten van elkaar verschillen.

Nu gedaagden stellen dat er geen verschil is, ligt het, mede gelet op de rechtsoverweging van het vonnis, op hun weg om dit aan te tonen.

Volgens gedaagden kan de betreffende akte door hen bij de notaris worden opgevraagd, zodat zij deze akte aan eiseres kunnen en dienen te verstrekken.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van gedaagden toegelicht dat de achtergrond van de mutaties over de periode 2000 tot en met 2015 is dat erflater gedaagde 2 en gedaagde 3 onderhield.

Volgens gedaagden zijn de mutaties jaarlijks opgegeven bij het doen van de IB-aangifte.

Voor het overige is er volgens gedaagden geen informatie.

Uit de stukken noch uit de mondelinge behandeling kan worden afgeleid dat gedaagden de stukken die zij wel noemen aan eiseres hebben overgelegd.

Als dat niet het geval is, moeten zij dat alsnog doen.

Als dat wel zo is, dan valt, nu zij stellen dat zij op dit punt niet meer informatie aan eiseres kunnen verstrekken, de vordering, bij gebreke aan een concreet aanknopingspunt niet anders dan als een fishing expedition aan te merken.

Het vorenstaande leidt ertoe dat het primair gevorderde wordt toegewezen op de in de beslissing te vermelden wijze, met uitzondering van de gevraagde bescheiden onder d.

Dat onderdeel van de vordering is niet voldoende bepaald.

Bovendien kan de voorzieningenrechter niet vaststellen welke gegevens nog nodig zijn voor het berekenen van de legitieme porties.

De termijn voor het verstrekken van de bescheiden aan eiseres wordt bepaald op vier weken na betekening van het vonnis teneinde gedaagden in de gelegenheid te stellen om de stukken te verzamelen.

Gelet op de weigerachtige houding van gedaagden om stukken aan eiseres te verstrekken, ziet de voorzieningenrechter aanleiding voor het opleggen van een dwangsom.

Daarbij wordt opgemerkt dat voldoende duidelijk is op welke stukken de veroordeling ziet.

Voor zover het de stukken als voorgenoemd betreft, verwijst de voorzieningenrechter naar het aldaar overwogen.

De dwangsom wordt beperkt en gemaximeerd op de in de beslissing te vermelden wijze.

De gevorderde machtiging wordt eveneens toegewezen.

Niet gebleken is dat gedaagden zich in voldoende mate hebben ingespannen om bij ABN Amro Bank bankafschriften over de periode van 5 januari 2010 tot en met 10 oktober 2017 op te vragen.

Daarmee heeft eiseres voldoende belang om de bank zelf te benaderen.

Nu het op de weg van gedaagden had gelegen om contact met de bank te leggen, wordt eiseres gemachtigd om de bankproducten op kosten van gedaagden op te vragen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.